In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 14 april 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning voor het realiseren van een aanbouw bij een woning.
Verzoeker vreesde dat de aanbouw zijn privacy in tuin, woonkamer en slaapkamer zou aantasten. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer had de vergunning op 4 maart 2026 verleend aan de vergunninghouder, die de aanbouw binnen de geldende regels van het bestemmingsplan wilde realiseren.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bouwplan voldoet aan de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan “Oosterheem/Zegwaartseweg-Noord”, binnen het bouwvlak ligt, de maximale bouwhoogte niet overschrijdt en voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Omdat het een gebonden beschikking betreft, is het college niet bevoegd om belangen zoals privacy mee te wegen.
De privacybezwaren van verzoeker konden daarom niet leiden tot een andere beoordeling. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de vergunning niet wordt geschorst en de bouw op eigen risico kan starten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.