Uitspraak
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
€ 388,- moet vergoeden.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, geboren in 2006 en met de Britse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn referente te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het niet voldoen aan het leeftijdsvereiste van 21 jaar en het ontbreken van bewijs voor een duurzame en exclusieve relatie. Tijdens de beroepsprocedure trouwden eiser en referente op 16 januari 2026.
Eiser voerde meerdere gronden aan tegen het besluit, waaronder strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, onvoldoende motivering van het leeftijdsvereiste, onjuiste belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro en het niet horen van eiser en referente. De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder geen hoorzitting hield, waardoor geen goede afweging kon worden gemaakt over de evenredigheid van het leeftijdsvereiste in dit specifieke geval.
Tijdens de zitting bleek dat referente mantelzorg verleent aan haar moeder en eiser soms de zorg overneemt, wat de belangen van eiser en referente versterkt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak in het beroep was gedaan.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J. Smeets op 15 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onzorgvuldige belangenafweging en ontbreken van hoorzitting.