Eiser heeft twee aanvragen ingediend voor een omgevingsvergunning: de eerste voor het veranderen van een winkel met woning tot drie woningen, de tweede voor het toevoegen van een extra bouwlaag met een zelfstandige woning. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees beide aanvragen af vanwege onvoldoende parkeergelegenheid en overschrijding van de maximale bouwhoogte volgens het bestemmingsplan en de Nota Parkeernormen Den Haag 2021.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank toetste de besluiten en oordeelde dat het college terecht de vergunningen had geweigerd. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat geen parkeereis mocht worden gesteld en dat parkeerplaatsen niet per se op eigen perceel hoefden te liggen. Ook het beroep op onevenredigheid slaagde niet.
Daarnaast stelde eiser een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank constateerde een overschrijding van ruim 14 maanden en kende een schadevergoeding van €1500 toe, waarvan €500 voor het college en €1000 voor de Staat. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding werden deels vergoed.