De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de voogdij van de stiefvader over de minderjarige te beëindigen en de gecertificeerde instelling te benoemen als nieuwe voogd. De minderjarige is geboren in 2009 en heeft een bewogen verleden met het overlijden van beide ouders en plaatsing in een netwerkpleeggezin. De stiefvader was sinds 2020 voogd, maar er is minimaal contact tussen hem en de minderjarige, mede door haar psychische problemen en haar wens om bij de pleegouders te wonen.
De Raad stelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de stiefvader niet in staat is de verantwoordelijkheid voor haar verzorging en opvoeding te dragen binnen een aanvaardbare termijn. De stiefvader stemde in met beëindiging van zijn voogdij, hoewel hij het niet eens was met het rapport van de Raad.
De rechtbank oordeelde dat de voogdij van de stiefvader moet worden beëindigd en dat de gecertificeerde instelling als voogd moet worden benoemd. Dit is in het belang van de minderjarige om rust te creëren en de hulpverlening goed te kunnen organiseren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven op 16 maart 2026.