ECLI:NL:RBDHA:2026:9729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank had eerder bepaald dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen. Nadat de minister op 17 maart 2026 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond daarvan kon de rechtbank de minister veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en wees een bedrag van € 467 toe.
De rechtbank verwierp het standpunt van de minister dat een lagere wegingsfactor van 0,25 van toepassing was. Er waren geen overige kosten die vergoed konden worden. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 22 april 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.