Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9738

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
695409
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 102 RvArt. 110 RvArt. 223 RvArt. 125 lid 1 UMVoArt. 4.6 lid 1 BVIE
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident en merkinbreuk in intellectuele eigendom tussen Haribo en Felko

Haribo The Netherlands & Belgium B.V. en Rigo Trading S.A. vorderen in een hoofdzaak tegen Felko Beheer B.V. en Felko Holland B.V. onder meer een inbreukverbod op hun Trekdrop-merken, staking van oneerlijke mededinging, nietigverklaring van Felko-merken, en schadevergoeding. Felko betwist de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag en stelt dat de merkinbreuk is gestaakt, waardoor de rechtbank niet bevoegd zou zijn.

De rechtbank onderzoekt het bevoegdheidsincident en oordeelt dat zij op grond van artikel 102 Rv Pro, het UMVo en het BVIE bevoegd is, mede omdat de vermeende inbreuk via online kanalen in het arrondissement Den Haag plaatsvindt en Haribo daadwerkelijk schade heeft geleden in dit arrondissement. Ook de vestiging van Felko in Nederland en de reikwijdte van de Uniemerken en Beneluxmerken spelen een rol.

De rechtbank wijst het bevoegdheidsverweer van Felko af en houdt de beslissing in het artikel 223 Rv Pro incident aan. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord door Felko. Verdere beslissingen worden aangehouden. Het verzoek van Haribo om een akte van niet-dienen te verlenen wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het bevoegdheidsverweer van Felko af, terwijl de hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/695409 / HA ZA 25-1073
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van

1.HARIBO THE NETHERLANDS & BELGIUM B.V.te Breda,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

RIGO TRADING S.A.te Senningerberg, Luxemburg,
eiseressen in de hoofdzaak en het artikel 223 Rv Pro [1] incident, verweersters in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. J.A. Jacobi,
tegen

1.FELKO BEHEER B.V.te Zwaag,2. FELKO HOLLAND B.V.te Zwaag,

gedaagden in de hoofdzaak en het artikel 223 Rv Pro incident, eiseressen in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. M.A. Mak.
Eiseressen in de hoofdzaak worden hierna samen Haribo c.s. genoemd en afzonderlijk Haribo en Rigo. Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna samen Felko c.s. genoemd en afzonderlijk Felko Beheer en Felko Holland.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 november 2025 met de producties EP01 tot en met EP31;
- de exceptie van onbevoegdheid van 14 januari 2026 van Felko c.s. met de producties GP01 tot en met GP06;
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van 28 januari 2026 van Haribo c.s. met de producties EP32 tot en met EP35.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2.De vorderingen in de hoofdzaak

2.1.
Haribo behoort tot het wereldwijd opererende Haribo concern dat zich bezighoudt met ontwerpen, vervaardigen en verhandelen van snoepgoed. Haribo richt zich op de verkoop en handel in Nederland en België.
2.2.
Rigo is een dochtervennootschap die functioneert als wereldwijde vertegenwoordiger van het Haribo concern.
2.3.
Felko Holland is een onderneming die zich sinds 2003 bezighoudt met het vervaardigen en verhandelen van snoepgoed in onder meer Nederland, België, Duitsland en Frankrijk.
2.4.
Felko Beheer is een houdstermaatschappij en bestuurder van Felko Holland. Felko Beheer is houdster van onder meer de volgende merkregistraties (hierna: de Felko-merken):
  • het op 17 juni 2025 onder nummer 1522494 ingeschreven Benelux woordmerk STREKDROP voor onder meer “suikergoed, snoepgoed, jelly snoepgoed, bevroren snoepgoed’ in klasse 30 (hierna: het Strekdrop-merk);
  • het op 26 augustus 2025 onder nummer 1526180 ingeschreven Benelux woordmerk REKDROP voor onder meer “suikergoed, snoepgoed, jelly snoepgoed, bevroren snoepgoed” in klasse 30 (hierna: het Rekdrop-merk);
  • het op 11 september 2025 onder nummer 1532590 aangevraagde Benelux woordmerk TREKDROP voor onder meer “suikergoed, snoepgoed, jelly snoepgoed, bevroren snoepgoed” in klasse 30 (hierna: het Felko Trekdrop-merk).
2.5.
Haribo c.s. is houdster van onder meer de volgende merkregistraties (hierna: de Trekdrop-merken):
- het op 1 maart 1988 onder nummer 431981 ingeschreven Uniewoordmerk TREKDROP voor “snoep, suikerwerken, chocolade en chocoladeproducten, drop” in klasse 30 (hierna: het Trekdrop Uniemerk);
- het op 9 december 2024 onder nummer 1502313 ingeschreven Benelux woordmerk TREKDROP voor “confectionery” in klasse 30 (hierna: het Trekdrop Beneluxmerk).
2.6.
In 2019 heeft Haribo c.s. openbaar gecommuniceerd dat zij de productie van het dropproduct ‘Trekdrop’ gefaseerd zal beëindigen.
2.7.
In augustus 2025 constateerde Haribo c.s. dat Felko c.s. een dropproduct op de Nederlandse markt had gelanceerd onder de naam ‘Strekdrop’. Bij brief van 14 augustus 2025 heeft Haribo c.s. Felko c.s. gesommeerd de inbreuk op de Trekdrop-merken te staken en om het Strekdrop-merk en het Rekdrop-merk door te halen. Felko c.s. heeft die inbreuk betwist.
2.8.
Op 19 september 2025 heeft Felko Beheer bij het BBIE [2] een vordering tot nietig- en vervallenverklaring ingesteld tegen het Trekdrop Beneluxmerk en tegen het op 1 maart 1988 onder nummer 698849 ingeschreven Benelux woordmerk TREKDROP (van Haribo) voor “snoep, suikerwerken, chocolade en chocoladeproducten, drop” in klasse 30.
2.9.
In de hoofdzaak vordert Haribo c.s., samengevat weergegeven, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. een inbreukverbod op de Trekdrop-merken;
subsidiair:
II. een bevel om de daden van oneerlijke mededinging te staken;
primair en subsidiair:
III. nietigverklaring van de Felko-merken;
IV. een opgavebevel;
V. een recall;
VI. schadevergoeding of winstafdracht;
VII. een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat Felko c.s. in strijd handelt met – dan wel voor iedere (gedeeltelijke) niet nakoming van – het onder I, II, IV, V en VI gevorderde, met een maximum van € 2.500.000,-;
VIII. een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
2.10.
Haribo c.s. legt aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – ten grondslag dat Felko c.s. door zonder haar toestemming gebruik te maken van tekens die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de Haribo-merken inbreuk maakt op die merken in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a, b en/of c BVIE [3] . Subsidiair voert Haribo c.s. aan dat sprake is van oneerlijke mededinging, omdat Felko c.s. onrechtmatig profiteert van de reputatie van de Trekdrop-merken. Daarnaast stelt Haribo c.s. dat de Felko-merken op grond van artikel 2.28 BVIE nietig dienen te worden verklaard, omdat deze door Felko c.s. te kwader trouw zijn aangevraagd.
2.11.
Felko c.s. heeft tot op heden geen verweer gevoerd. Haribo c.s. verzoekt de rechtbank aan Felko c.s. een akte van niet-dienen te verlenen.

3.De vorderingen in de incidenten

in het artikel 223 Rv Pro incident
3.1.
Haribo c.s. vordert in het incident, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. een inbreukverbod op de Trekdrop-merken voor de duur van het geding;
subsidiair:
II. een bevel tot het staken van de daden van oneerlijke mededinging voor de duur van het geding;
primair en subsidiair:
I. een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat Felko c.s. in strijd handelt met – dan wel voor iedere (gedeeltelijke) niet nakoming van –het onder I, II, IV, V en VI gevorderde, met een maximum van € 2.500.000,-;
II. een proceskostenveroordeling van het incident.
in het bevoegdheidsincident
3.2.
Felko c.s. vordert in het incident dat de rechtbank Den Haag zich niet bevoegd verklaart van deze zaak kennis te nemen en de zaak voor antwoord verwijst naar de rechtbank Noord-Holland.
3.3.
Felko c.s. legt hieraan ten grondslag dat zij na het ontvangen van de sommatiebrief van Haribo c.s. de merkinbreuk heeft gestaakt. Daarom was er op het moment van dagvaarden geen sprake van merkinbreuk of oneerlijke handelspraktijken in Nederland, zodat de grondslag voor de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag ontbreekt. De rechtbank dient zich daarom op grond van artikel 110 Rv Pro onbevoegd te verklaren. Op grond van artikel 99 Rv Pro is de rechtbank van de woonplaats van gedaagde – in dit geval de rechtbank Noord-Holland – bevoegd.
3.4.
Haribo c.s. voert verweer strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing van de incidentele vorderingen met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Felko c.s. in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling in de incidenten

in het artikel 223 Rv Pro incident
4.1.
Haribo c.s. heeft provisionele vorderingen ingesteld op grond van artikel 223 Rv Pro. Voordat de rechtbank op die vorderingen beslist, wil zij partijen horen op een mondelinge behandeling. Nu Haribo c.s. niet heeft gesteld dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan de mondelinge behandeling in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht, zal – nadat deze zaak schriftelijk is uitgeconcludeerd – een mondelinge behandeling worden bepaald waarin zowel de provisionele vorderingen als de vorderingen in de hoofdzaak worden behandeld.
in het bevoegdheidsincident
4.2.
Voor wat betreft de vorderingen van Haribo c.s. op grond van oneerlijke handelspraktijken – en overigens ook voor de vorderingen op grond van merkinbreuk – geldt dat sprake is van een gestelde onrechtmatige daad. Op grond van artikel 102 Rv Pro is deze rechtbank bevoegd om van die vorderingen kennis te nemen. Artikel 102 Rv Pro bepaalt dat bij zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad mede bevoegd is de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Artikel 102 Rv Pro is ontleend aan het bepaalde in artikel 5 sub Pro 3 EEX-Verdrag [4] (inmiddels artikel 7 lid 2 Brussel Pro I bis-Vo [5] ). Voor de uitleg van het begrip “onrechtmatige daad” en “de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” zal de rechtbank dan ook bij laatstgenoemd artikel aanhaken en aansluiting zoeken bij de jurisprudentie van het HvJ daarover.
4.3.
Volgens vaste uitleg door het HvJ wordt onder onrechtmatige daad mede begrepen inbreuk op een merkrecht en kan onder de plaats van het schadebrengende feit worden verstaan zowel de plaats waar de veroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan (het Handlungsort of
locus delicti/actus) als de plaats waar de schade is ingetreden (het Erfolgsort of
locus damni).
4.4.
Haribo c.s. heeft in productie EP15 meerdere voorbeelden overgelegd van online aanbiedingen van dropproducten met het teken “STREKDROP” die tevens worden aangeboden met gebruik van het teken “(S)TREKDROP”. Nu deze websites in Nederland vrij toegankelijk zijn en Haribo c.s. ook daadwerkelijk op 4 november 2025 een aankoop heeft kunnen doen die bij haar advocaat is geleverd, is mogelijk (ook) schade ingetreden in het arrondissement Den Haag (“Erfolgsort”). Op grond daarvan is deze rechtbank bevoegd om van de door Haribo c.s. ingestelde vorderingen kennis te nemen.
4.5.
Voor zover de vorderingen van Haribo c.s. zijn gegrond op inbreuk op haar Trekdrop Uniemerk, is de rechtbank op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 van de UMVo in verbinding met artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Haribo c.s. met deze grondslag, omdat Felko c.s. is gevestigd in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie.
4.6.
Voor zover de vorderingen van Haribo c.s. zijn gebaseerd op inbreuk op haar Trekdrop Beneluxmerk is de rechtbank (naast artikel 102 Rv Pro tevens) bevoegd op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE, omdat de inbreuk plaatsvindt op online kanalen die toegankelijk zijn in het arrondissement Den Haag. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de Benelux.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.
Haribo c.s. heeft de rechtbank verzocht aan Felko c.s. een akte van niet-dienen te verlenen. Dit verzoek wijst de rechtbank af. Op grond van artikel 11 Rv Pro althans artikel 110 Rv Pro was het Felko c.s. toegestaan om een exceptie van onbevoegdheid afzonderlijk, dat wil zeggen voorafgaand aan de conclusie van antwoord, bij incidentele conclusie op te werpen.
5.2.
De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol over vier weken voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Felko c.s.
5.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank
in de incidenten
6.1.
houdt de beslissing in het artikel 223 Rv Pro incident aan;
6.2.
wijst de vorderingen van Felko c.s. in het bevoegdheidsincident af;
6.3.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het bevoegdheidsincident aan;
in de hoofdzaak
6.4.
verwijst de zaak naar de rol van 20 mei 2026 voor het nemen van de conclusie van antwoord aan de zijde van Felko c.s.;
6.5.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom.
3.Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).
4.Verdrag van Brussel van 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
5.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).