Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9742

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
702819
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • J.Th. van Walderveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a RvArt. 1019h RvArt. 705 lid 2 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag wegens intellectuele eigendomsinbreuk

Eind 2024 startte eiser met een webshop onder een dropship-model. Graypants, houdster van een Uniemodelregistratie voor de Wick-tafellamp, constateerde in december 2025 dat via deze webshop lampen werden aangeboden die inbreuk maakten op haar intellectuele eigendomsrechten. Graypants legde conservatoir derdenbeslag op tegoeden van eiser bij verschillende banken.

Eiser stelde dat hij de webshop had verkocht en de inbreuk niet aan hem kon worden toegerekend, en vorderde opheffing van het beslag. Graypants betwistte de overdracht en stelde dat de vordering geldig was. De voorzieningenrechter ging voorshands uit van de geldigheid van de model- en auteursrechten en nam aan dat de webshop inbreukmakende producten aanbood.

De voorzieningenrechter oordeelde dat niet summierlijk was gebleken dat de vordering ondeugdelijk was en dat het belang van Graypants bij zekerheid zwaarder woog dan het belang van eiser bij opheffing. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die werden gematigd tot het maximumtarief voor eenvoudige IE-kortgedingen.

Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak-/rolnummer: C/09/702819 / KG ZA 26-360
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 20 april 2026
in de zaak van
[eiser]te [woonplaats],
eiser,
advocaat: mr. R.P.H.W. Haas te Heerlen,
tegen
GRAYPANTS EUROPE B.V.te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat: mr. E.F. Roos te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Graypants’.
Aanwezig is mr. J.Th. van Walderveen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits.
Tevens zijn aanwezig
  • [eiser], vergezeld van mr. E.H.G.G.M. Beurskens, advocaat te Heerlen;
  • mr. Roos voornoemd en mr. P.S. Trapman, advocaat te Rotterdam.
De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 9 april 2026 met producties EP01 tot en met EP08;
  • de conclusie van antwoord van 16 april met producties GP01 tot en met GP04;
  • de door [eiser] als productie EP09 nog overgelegde proceskostenspecificatie;
Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, Graypants aan de hand van overgelegde pleitnotities, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.

1.De gronden van de beslissing

1.1.
[eiser] is eind 2024 gestart met het exploiteren van een webshop volgens een ‘dropship’ model onder de domeinnaam [website] (hierna: de Webshop).
1.2.
Graypants is een ontwerpbureau en is onder meer producent van verlichting, waaronder de Wick-tafellamp.
1.3.
Graypants is houdster van onder meer de op 22 oktober 2020 onder nummer 008211122-0001 ingeschreven Uniemodelregistratie voor klasse 26.05 voor lampen, waartoe de volgende afbeeldingen behoren (hierna: het Wick-model):
1.4.
Graypants heeft in december 2025 geconstateerd dat de hieronder afgebeelde lampen werden aangeboden via de Webshop, waarna zij bij brief van 5 december 2025 [eiser] heeft gesommeerd de inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten te staken.
1.5.
Op 20 en 21 januari 2026 heeft Graypants, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, conservatoir derdenbeslag laten leggen op tegoeden van [eiser] bij de coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: de Rabobank), de vennootschap naar buitenlands recht BAWAG AG Branch Netherlands (hierna: BAWAG) en de vennootschap naar vreemd recht Revolut Bank UAB (hierna Revolut). Graypants heeft aan haar verzoek tot het leggen van conservatoir derdenbeslag ten grondslag gelegd dat [eiser] met het aanbieden van de in 1.4 genoemde producten inbreuk maakt op het Wick-model en op de auteursrechten op het uiterlijk van de Wick-tafellamp, waardoor zij schade lijdt.
1.6.
Op 12 februari 2026 heeft Graypants het beslagen bedrag (€ 70.400,87) beperkt naar het bedrag dat volgt uit het verlof (€ 61.425,-).
1.7.
Na het verkrijgen van verlof voor het verlengen van de termijn om een eis in de hoofdzaak in te stellen, heeft Graypants met het uitbrengen van de dagvaarding op 17 februari 2026 een bodemprocedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Den Haag onder zaaknummer C/09/700608.
1.8.
Op 19 februari 2026 heeft (de advocaat van) [eiser] Graypants verzocht het conservatoir beslag binnen 48 uur op te heffen. Hierop volgend overleg tussen partijen heeft niet tot een oplossing geleid, waarna [eiser] onderhavig kort geding aanhangig heeft gemaakt.
1.9.
[eiser] vordert in deze procedure – samengevat weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. binnen twee dagen na betekening van het vonnis het door Graypants gelegde conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank, BAWAG en Revolut opheft;
II. Graypants veroordeelt in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv [1] , te vermeerderen met de wettelijke rente.
1.10.
[eiser] heeft aan de vordering – samengevat – ten grondslag gelegd dat Graypants beslag heeft gelegd op basis van een ondeugdelijke vordering. [eiser] heeft daartoe aangevoerd dat hij de in 1.4 genoemde lampen nooit heeft verkocht en dat de gestelde inbreuken hebben plaatsgevonden nadat hij de Webshop heeft verkocht, zodat die gestelde inbreuken niet aan hem kunnen worden toegerekend.
1.11.
Graypants heeft verweer gevoerd strekkende tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
1.12.
De vordering van [eiser] komt niet voor toewijzing in aanmerking. De voorzieningenrechter zal dat hieronder toelichten.
1.13.
Op grond van artikel 705 lid 2 Rv Pro kan een conservatoir beslag onder meer worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd. De voorzieningenrechter dient te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen. [2]
1.14.
De voorzieningenrechter gaat voorshands uit van de geldigheid van de door Graypants ingeroepen model- en auteursrechten. Deze rechten zijn door [eiser] niet bestreden. Daarnaast kan er in dit kort geding vanuit worden gegaan dat [eiser] een webshop heeft geëxploiteerd onder de domeinnaam [website] en dat op die website (namaak) producten zijn aangeboden (met gebruikmaking van de campagne foto’s van het Wick-model van Graypants) die inbreuk maken op de model- en auteursrechten van Graypants, terwijl [eiser] (tot 30 januari 2026) houder was van die domeinnaam. De stelling van [eiser] dat hij de webshop op 30 september 2025 heeft verkocht aan een derde heeft Graypants gemotiveerd betwist (zij betoogt dat die overdracht – gelet ook op het feit dat [eiser] documenten die zijn stelling zouden moeten ondersteunen zo laat in het geding heeft gebracht – ongeloofwaardig en kunstmatig is), zodat daarvan in dit geding niet is uit te gaan, althans bestaat daarover zodanig twijfel dat niet gezegd kan worden dat de maatstaf van artikel 705 Rv Pro wordt gehaald. Dit geschilpunt zal in de al aanhangige bodemprocedure (waarin [eiser] de derde in vrijwaring heeft opgeroepen) aan de orde kunnen komen.
1.15.
Bij deze stand van zaken moet worden geconcludeerd dat niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de inbreukvordering waarvoor Graypants beslag heeft gelegd. Ook indien de belangen van beide partijen tegen elkaar worden afgewogen ziet de voorzieningenrechter geen reden om het beslag op te heffen. Het belang van Graypants dat zij zekerheid heeft ter verhaal van de mogelijk door haar geleden schade en gemaakte kosten weegt zwaarder dan het belang van [eiser] bij opheffing. Daarbij speelt mee dat [eiser] sinds de beslaglegging ook weinig voortvarend is opgetreden en eerst na het aanhangig maken van een bodemprocedure door Graypants in ‘t geweer is gekomen wat maakt dat aan het gestelde belang dat het beslag bezwarend voor hem is, minder waarde wordt gehecht.
1.16.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) van Graypants worden veroordeeld. Graypants heeft specificaties van haar advocaatkosten (exclusief BTW) overgelegd van in totaal € 10.437,50.
1.17.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv Pro. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Deze zaak valt, gelet op het relevante feitencomplex en de grondslagen van de vorderingen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie eenvoudig kort geding met een maximumtarief van € 7.200,-. De voorzieningenrechter zal de door Graypants gemaakte en gespecificeerde advocaatkosten tot dat maximumbedrag toewijzen.
1.18.
Het bedrag van € 7.200,- wordt vermeerderd met het griffierecht van € 735,- en de nakosten van € 178,-, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 8.113,- (plus de verhoging van de nakosten in geval van betekening zoals vermeld in de beslissing).

2.De beslissing

De voorzieningenrechter:
2.1.
wijst de vordering af;
2.2.
veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot zover begroot op € 8.113,-, te betalen binnen veertien dagen na heden, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en dit proces-verbaal daarna wordt betekend;
2.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen de in 2.2. genoemde termijn zijn betaald;
2.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
WAARVAN PROCES-VERBAAL,
…………………………………. …………………………………
mr. R.W.J. Slits mr. J.Th. van Walderveen

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.HR 14 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2105.