Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 27 mei 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift van de vrouw;
- het bericht van 11 juni 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het bericht van 13 juni 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
- het bericht van 25 juni 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het bericht van 25 november 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het aanvullend verzoekschrift van de vrouw;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van de man;
- de vrouw met haar advocaat, mr. S.A.A. Bakker en tolk I. Huigens;
- de man met zijn advocaat en tolk S. Huiperts;
- [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
voorlopigezorgregeling tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , en indien zij dat willen, ook de minderjarigen [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] dat de vader:
Verzoek en verweer
Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken:
Ten aanzien van de kinderalimentatie:
Ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap:
Beoordeling
€ 1.731,- per maand. De vrouw heeft echter aangevoerd dat moet worden afgeweken van de behoeftetabel, omdat het inkomen van partijen aanmerkelijk hoger is dan het gemaximeerde bedrag van € 6.000 per maand en de kosten van de kinderen ook aanzienlijk hoger zijn. Ter onderbouwing heeft zij een behoeftelijst ingebracht waaruit een behoefte volgt van € 3.266,- per maand voor de drie kinderen. Deze behoefte omvat onder andere € 1.900,- per maand aan de door de vrouw gebruikte categorie ‘ontspanning’, waaronder zij € 900,- per maand rekent voor vakanties en familiebezoeken in het Verenigd Koninkrijk. De man betwist deze hogere behoefte en stelt zich op het standpunt dat gerekend moet worden met de tabellen, op grond waarvan hij kan instemmen met een behoefte van € 1.844,- per maand voor de drie kinderen in 2025.
€ 1.907,- per maand. De rechtbank neemt dit over in haar berekening.
€ 1.173
€ 667,- per maand bedraagt daarom geïndexeerd naar 2025 € 710,- per maand voor drie kinderen.
€ 1.562,99 en de bijleskosten van € 686,- zal de rechtbank afwijzen, tezamen met het verzoek van de vrouw om met ingang van de datum van de mondelinge behandeling te bepalen dat de man 47% moet bijdragen in de niet-vergoede ziektekosten, schoolkosten en bijleskosten. Deze kosten wordt in beginsel geacht te zijn verdisconteerd in de kinderalimentatie. Het rekensysteem van kinderalimentatie is gebaseerd op het uitgangspunt dat de verzorgende ouder de volledige verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen voldoet. De vrouw wordt geacht deze kosten te voldoen uit de bijdrage aan kinderalimentatie van de man, haar eigen inkomen, het kindgebonden budget en de kinderbijslag.
27 mei 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling. Voor een saldo van een bankrekening vindt geen waardering plaats. Voor het saldo op een bankrekening wordt uitgegaan van de hoogte van het saldo op de datum dat de huwelijksgemeenschap is ontbonden.
£ 0,19;
“Private account” met een saldo per peildatum van - € 450,07;
School kids stuff” met een saldo per peildatum van € 1.438,78;
(€ 2.338,58);
school kids stuff”. Deze rekening staat op naam van de vrouw en niet op naam van de kinderen, zodat het saldo van deze rekening tot de gemeenschap behoort en per peildatum bij helfte moet worden verdeeld.
-schoenen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de door beide partijen overgelegde inboedellijsten, de man momenteel is overbedeeld in de inboedel. De rechtbank kan de waarde van de inboedel die beide partijen onder zich hebben niet precies vaststellen, maar acht het op basis van de overgelegde inboedellijsten aannemelijk dat de man momenteel inboedel onder zich heeft van duidelijk hogere waarde dan de vrouw. De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken het bedrag aan overbedeling van de man in redelijkheid vast op € 10.000,-. De man dient daarom nog € 5.000,- aan de vrouw te voldoen.
renteover de schuld uit het bouwdepot. Daartoe overweegt de rechtbank dat partijen in oktober 2024 hadden afgesproken dat de man, met het op dat moment aanwezige saldo, de resterende schuld in zijn geheel zou aflossen. Als de man deze afspraak was nagekomen, hadden de maandelijkse rentekosten voorkomen kunnen worden. De rechtbank is daarom van oordeel dat de man vanaf oktober 2024 volledig draagplichtig is voor de rente op deze schuld. De vrouw heeft op grond daarvan een vergoedingsrecht
op de manvoor het gehele bedrag aan rente dat zij in dit verband vanaf oktober 2024 heeft voldaan en nog zal voldoen. Niet valt in te zien waarom de door de man gestelde omstandigheid dat hij het bouwdepot heeft aangewend om te voorzien in de kosten van levensonderhoud, dit oordeel anders zou maken.
op de (ontbonden) gemeenschapen dus niet op de man. Het verzoek kan in zoverre worden toegewezen.
Beslissing
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] ;
waarde woning – ([6% x waarde woning] x 5) en de waarde van de woning door een door partijen gezamenlijk aan te wijzen deskundige wordt getaxeerd tegen de datum van deze beschikking;
- bepaalt dat ieder zijn/haar eigen bankrekeningen behoudt, onder vergoeding van de helft van de saldi op de peildatum 27 mei 2024 aan de ander;
- bepaalt dat de man jegens de vrouw gehouden is om ten aanzien van de bankrekening van de man bij ABN Amro [bankrekening 1] , de afschriften te verstrekken over de periode van zes maanden vóór de peildatum tot aan de peildatum;
- bepaalt dat aan de vrouw worden toegedeeld de gezamenlijke bankrekeningen van partijen, onder vergoeding van de helft van de saldi per peildatum 27 mei 2024 aan de man;
€ 3.975,- aan de man, onder de verplichting dat de man binnen vier weken na de ten deze te wijzen beschikking meewerkt aan de wijziging van de tenaamstelling van de auto op naam van de vrouw en het overdragen van de verzekering (inclusief schadevrije jaren) aan de vrouw, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat de man hieraan niet meewerkt;
€ 15.000,- moet voldoen;
- bepaalt dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de ontbonden
- bepaalt dat de man aan de vrouw moet vergoeden de door haar vanaf oktober 2024 betaalde en eventueel nog te betalen rente over de schuld voortvloeiende uit het bouwdepot bij ABN Amro;
- bepaalt dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de ontbonden
- bepaalt dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de ontbonden