Uitspraak
Vaststelling van staatloosheid
Beschikking op het op 30 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker],
[verzoeker],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, geboren in 1994 in de Palestijnse Gebieden, heeft op 3 juni 2024 Nederland binnengekomen en een verblijfsvergunning asiel aangevraagd. Hij overlegt documenten zoals een paspoort en identiteitskaart van de Palestijnse autoriteit, die door de IND als echt zijn beoordeeld.
De rechtbank toetst het verzoek tot vaststelling van staatloosheid aan de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid (2023). Verzoeker woont in Nederland en heeft een onmiddellijk belang bij het verzoek, waardoor hij ontvankelijk is.
De rechtbank onderzoekt of verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden, Saoedi-Arabië, Egypte, Turkije of Griekenland kan worden beschouwd. Gezien de Nederlandse niet-erkenning van de Palestijnse nationaliteit en het ontbreken van bewijs voor andere nationaliteiten, concludeert de rechtbank dat verzoeker staatloos is.
De rechtbank stelt daarom de staatloosheid van verzoeker vast en besluit dit zonder mondelinge behandeling, met instemming van partijen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.