ECLI:NL:RBDHA:2026:9758
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- S.J. Hoekstra – van Vliet
- Rechtspraak.nl
Contact- en gebiedsverbod na huiselijk geweld met raadsonderzoek voor bodemprocedure
Partijen zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen. Na een ernstig geweldsincident waarbij de man de vrouw mishandelde en bedreigde in het bijzijn van de kinderen, vordert de vrouw een contact- en gebiedsverbod voor de man, evenals opschorting van het contact met de kinderen.
De man erkent het contact- en locatieverbod jegens de vrouw, maar betwist het contactverbod met de kinderen. De rechtbank wijst het contactverbod met de vrouw en het gebiedsverbod toe voor een periode van zes maanden vanaf 1 april 2026, met uitzondering van contact via professionele hulpverleners.
De zorgregeling met de man wordt geschorst vanwege de veiligheid van de kinderen, die getuige waren van het geweld. De rechtbank verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen naar de zorgregeling en eventuele hulpverlening, ter ondersteuning van de bodemprocedure.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat handhaving via politie en justitie mogelijk is. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 17 maart 2026 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het contact- en gebiedsverbod toe voor zes maanden en schorst de zorgregeling met de man, met een raadsonderzoek ten behoeve van de bodemprocedure.