ECLI:NL:RBDHA:2026:9784

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
NL26.10912
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Meesters – van Luijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 30b Vw 2000Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vrouw wegens ongeloofwaardige verklaringen en fraude

Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, vroeg op 13 juli 2023 asiel aan in Nederland. Zij stelde te zijn mishandeld en seksueel misbruikt door haar tante in Nigeria en vreesde vrouwenbesnijdenis voor zichzelf en haar dochters. De minister wees haar aanvraag op 25 februari 2026 af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van haar verhaal en fraude met erkenning van Duitse nationaliteit van twee kinderen.

De rechtbank behandelde het beroep op 10 april 2026 en oordeelde dat de tegenstrijdige verklaringen van eiseres niet verschoonbaar waren door vermeende geheugenproblemen, omdat deze niet medisch waren onderbouwd. De minister mocht daarom de mishandeling, het seksueel misbruik en de dreiging van besnijdenis ongeloofwaardig achten. Ook het achterhouden van een veroordeling voor drugssmokkel ondermijnde haar geloofwaardigheid.

Verder oordeelde de rechtbank dat het arrest Chavez-Vilchez niet van toepassing was omdat de minderjarige kinderen met Duitse nationaliteit in Duitsland kunnen verblijven. De minister hoefde eiseres daarom geen verblijfsvergunning te verlenen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en fraude met erkenning.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.10912

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], eiseres,

V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
mede namens haar minderjarige kinderen,

[naam 2],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse,

[naam 3],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse/Duitse,

[naam 4],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse/Duitse,

[naam 5],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse,
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 13 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Eiseres heeft daarbij ook verzocht om een voorlopige voorziening. Deze staat geregistreerd onder zaaknummer NL26.10913 en hierop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
2.1.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij Nigeria heeft verlaten, omdat zij is mishandeld door haar tante en deze tante haar ook door mannen seksueel heeft laten misbruiken. Volgens eiseres is zij in 2011 -met achterlating van twee dochters- naar Italië gereisd en is zij in 2015 aangekomen in Duitsland. Als eiseres op 13 juli 2023 in Nederland asiel aanvraagt verklaart zij op de vraag wat de reden is dat zij naar Nederland is gekomen:
“Ik wil hier asiel aanvragen. Ze willen in Duitsland mijn kind van mij afnemen. Dit willen ze doen omdat ik zwanger ben en ik heb hulp nodig van Nederland.”
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Mishandeling door tante en seksueel misbruik door haar toedoen;
Besnijdenis door familie.
De minister stelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De mishandeling door de tante, het seksueel misbruik door haar toedoen en de besnijdenis zijn niet geloofwaardig.
Heeft de minister kunnen concluderen dat de mishandeling door de tante en het seksuele misbruik door haar toedoen, niet geloofwaardig zijn?
5. Eiseres stelt dat haar verklaringen in grote lijnen aannemelijk zijn en een samenhangend geheel vormen, zodat van de geloofwaardigheid van haar asielrelaas moet worden uitgegaan. Eiseres heeft wel wisselende verklaringen afgelegd, maar dit komt volgens haar omdat zij geheugenproblemen heeft overgehouden aan een ernstig psychisch trauma. Eiseres meldt verder noodgedwongen contact met haar tante te onderhouden, omdat twee van haar kinderen nog bij haar wonen. Waar eiseres heeft aangegeven dat dit contact fijn zou zijn, heeft zij bedoeld aan te geven dat het voor haar fijn is in die zin, dat zij op deze wijze nog voeling houdt met haar kinderen.
5.1.
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard. De rechtbank overweegt dat uit de adviezen van medTadvies van 28 februari 2025 en 10 juni 2025 volgt dat eiseres niet wordt beperkt in haar vermogen om te verklaren. De gestelde trauma’s van eiseres zijn niet met medische stukken onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de tegenstrijdige verklaringen van eiseres verschoonbaar zijn vanwege haar medische problematiek. De rechtbank is met de minister van oordeel dat moeilijk valt in te zien hoe de tegenstrijdige verklaringen van eiseres zich laten verklaren door geheugenproblemen. De minister heeft daarom van de verklaringen van eiseres mogen uitgaan en heeft de tegenstrijdigheden in die verklaringen als zodanig kunnen tegenwerpen. De minister heeft het asielmotief daarom ook ongeloofwaardig kunnen achten.
Heeft de minister het niet geloofwaardig kunnen achten dat de familie van eiseres haar en haar kinderen wil besnijden?
6. Met betrekking tot de voor haar en haar dochters dreigende vrouwenbesnijdenis stelt eiseres dat juist het feit dat haar tante besneden is en zij heeft aangegeven dat eiseres en haar dochters besneden moeten worden, erop duidt dat vrouwenbesnijdenis wel een traditie is binnen haar familie.
6.1
De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte concludeert dat het niet geloofwaardig is dat de familie van eiseres haar wil besnijden. De minister heeft kunnen overwegen dat de gestelde vastberadenheid van de tante niet rijmt met het feit dat eiseres en haar dochters niet zijn besneden. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres naar eigen zeggen lange tijd bij haar tante heeft gewoond en deze tante sinds het vertrek van eiseres in 2011 de zeggenschap over de dochters van eiseres heeft. Daarnaast heeft de minister kunnen overwegen dat de door eiseres geschetste achtergrond dat er binnen haar familie veel waarde wordt gehecht aan vrouwenbesnijdenis, het standaard praktijk en een veel besproken thema is niet rijmt met dat zij hier niks over kan vertellen. Zij kan niet vertellen wat de specifieke gebruiken binnen haar familie zijn en wat haar concrete ervaringen zijn geweest. De minister heeft daarom kunnen concluderen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
Is de aanvraag terecht kennelijk ongegrond verklaard?
7. Eiseres stelt dat zij niet heeft verteld dat zij in Duitsland is veroordeeld voor het smokkelen van drugs, omdat zij zich hiervoor schaamde.
7.1.
De rechtbank overweegt dat eiseres bij het tekenen van de antecedentenverklaring haar veroordeling voor drugssmokkel achter heeft gehouden. Reeds hierom heeft de minister de aanvraag van eiseres kennelijk ongegrond kunnen verklaren. [2]
Had eiseres een verblijfsvergunning regulier moeten krijgen?
8. Eiseres stelt verder dat de Duitse autoriteiten niet bereid zijn om aan eiseres verblijf in Duitsland toe te staan, waardoor de twee Duitse kinderen hun EU-rechten niet in Duitsland kunnen uitoefenen. Eiseres stelt dat indien de echte Duitse vader van de twee Duitse kinderen in (veel) andere gevallen fraude heeft gepleegd, dat niet per se betekent dat hij ook hier fraude heeft gepleegd. Eiseres benadrukt dat zij zelf weet dat deze Duitse man de echte biologische vader van haar twee Duitse kinderen is. Onder verwijzing naar het arrest Chavez-Vilchez [3] stelt eiseres dat aan de twee Duitse kinderen een verblijfsvergunning om humanitaire redenen of de discretionaire bevoegdheid van de minister moet worden gegeven en de minister dan aan eiseres en de andere kinderen op grond van artikel 8 EVRM Pro [4] een verblijfsvergunning zal verlenen.
8.1.
De rechtbank overweegt dat uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat lidstaten het verblijfsrecht niet kunnen ontzeggen aan een ouder, onderdaan van een derde land,
van een kind met de nationaliteit van die lidstaat, als dit er toe zou leiden dat dit kind het grondgebied van de EU moet verlaten. De minderjarige kinderen van eiseres zijn echter niet in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. Wel hebben twee van de minderjarige kinderen de Duitse nationaliteit. De weigering van de verblijfsvergunning aan eiseres door de minister leidt er niet toe dat deze minderjarige kinderen het grondgebied van de EU moeten verlaten, omdat zij in Duitsland kunnen verblijven. Als eiseres meent een verblijfsrecht te ontlenen aan het arrest, kan zij zich wenden tot de Duitse autoriteiten. [5] Dat eiseres bij de Duitse autoriteiten in beeld is vanwege een frauduleuze erkenning en haar aanvraag om in Duitsland te verblijven eerder is geweigerd, maakt dit niet anders. De beroepsgrond slaagt dan ook niet.
8.2.
Ook in hetgeen eiseres overigens nog heeft betoogd ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de minister anders had moeten beslissen dan thans is gedaan.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters – van Luijk, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000.
3.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.
4.Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
5.Rechtbank Den Haag, 8 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10381, r.o. 5.3.