ECLI:NL:RBDHA:2026:9789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om het beroep in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 31 maart 2026. Op die datum heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.