ECLI:NL:RBDHA:2026:9800
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verval Nederlandse nationaliteit en paspoort
Deze zaak betreft het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit dat het Nederlandse paspoort en de ID-kaart van verzoeker van rechtswege zijn vervallen vanwege het verlies van de Nederlandse nationaliteit.
Verzoeker stelt dat zijn moeder de Nederlandse nationaliteit niet rechtsgeldig heeft verloren en dat het besluit onevenredige gevolgen heeft. Hij voert aan dat het besluit onzorgvuldig is genomen en dat hij stress ondervindt door de situatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder tijdens de bezwaarprocedure heeft toegezegd dat de reisdocumenten niet hoeven te worden ingeleverd en persoonsgegevens niet worden opgenomen in het Register Paspoortsignaleringen. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij op korte termijn problemen zal ondervinden of dat er sprake is van spoedeisend belang.
Ook is het besluit niet evident onrechtmatig omdat de complexe rechtsvraag over het verlies van de nationaliteit nader onderzoek vereist, wat in de bezwaarprocedure zal plaatsvinden. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.