ECLI:NL:RBDHA:2026:981
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 december 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld.
Bij een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL25.60475) is het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en openbaar gemaakt op 22 januari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.