ECLI:NL:RBDHA:2026:982
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na bezwaar en beroep
Verzoekster heeft op 5 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen dit primaire besluit maakte verzoekster bezwaar, dat op 14 februari 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.
Op 16 juni 2023 verzocht verzoekster de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek werd gelijkgesteld met een verzoek dat is gedaan tijdens het lopende beroep. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.11072). Gezien deze uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.