Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van 15 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Britse staatsburger, wilde op 16 april 2025 met drie vrienden Nederland binnenreizen voor een korte vakantie. Bij grenscontrole ontstond twijfel over de voorwaarden voor toegang, waarna de Marechaussee een tweedelijnscontrole uitvoerde en de toegang weigerde wegens onvoldoende bestaansmiddelen en onduidelijkheid over het verblijf.
De minister verklaarde het administratief beroep ongegrond, stellende dat het reisdoel en de verblijfsduur niet aannemelijk waren gemaakt, mede door wisselende verklaringen en het ontbreken van een verblijfsadres. Eiser betwistte dit en stelde dat hij in het bezit was van een geldig paspoort, voldoende middelen en een plausibel reisverhaal inclusief een hotelreservering.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het doel en de omstandigheden van het verblijf niet aannemelijk waren gemaakt. De wisselende verklaringen waren grotendeels gebaseerd op verklaringen van reisgenoten die niet in het dossier waren opgenomen. Bovendien was er voldoende bewijs van een hotelreservering op de dag van de grenscontrole.
De rechtbank vernietigde het besluit tot toegangsweigering en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot toegangsweigering wegens onvoldoende motivering door de minister.