ECLI:NL:RBDHA:2026:9843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken procesbelang
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 maart 2026 een vrijheidsbeperkende maatregel op aan eiser op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat hij een verblijfsrechtaanvraag had ingediend, waardoor de maatregel niet gerechtvaardigd zou zijn.
De minister reageerde met een verweerschrift en maakte tegelijkertijd bekend dat de maatregel met terugwerkende kracht per 19 maart 2026 was opgeheven, omdat eiser zich niet binnen de gestelde termijn op de vrijheidsbeperkende locatie had gemeld en met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank stelde eiser in de gelegenheid te reageren, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat procesbelang ontbrak omdat de maatregel feitelijk niet was uitgevoerd en inmiddels was opgeheven. Eiser had dit niet betwist en er was geen bewijs van geleden schade. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een vergoeding van proceskosten af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.