Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2019, hebben een affectieve relatie gehad en zijn in de procedure tot overeenstemming gekomen over het ouderschapsplan en kinderalimentatie. De vader heeft het kind erkend en het kind staat ingeschreven op het adres van de moeder.
De vader verzoekt het ouderschapsplan integraal op te nemen in de beschikking en de moeder verzoekt, met instemming van de vader, om vaststelling van kinderalimentatie van €350 per maand, te indexeren conform artikel 1:402a BW. De rechtbank wijst het verzoek toe en neemt het ouderschapsplan op in de beschikking.
De rechtbank stelt de kinderalimentatie vast op €366 per maand, rekening houdend met de wettelijke indexering, met ingang van 1 februari 2026. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.