ECLI:NL:RBDHA:2026:9878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag wegens te late indiening
Eiseres verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, maar haar aanvraag werd door de Dienst Toeslagen afgewezen omdat deze na de uiterste wettelijke aanmelddatum was ingediend.
Eiseres stelde dat haar termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege ernstige psychische problematiek, traumatische ervaringen, misleidende informatie van verweerder en onvoldoende voorlichting over de herstelregeling. Zij voerde aan dat verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de medische stukken onvoldoende aantonen dat eiseres tijdens de aanmeldperiode niet in staat was zich tijdig aan te melden. Ook was er geen bewijs van misleiding door verweerder. De rechtbank vond dat verweerder zorgvuldig had gehandeld en dat de wettelijke aanmelddatum een dwingende, redelijke termijn is die rechtszekerheid en gelijke behandeling waarborgt.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M. de Kock-Molendijk op 24 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van het te laat ingediende verzoek tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.