Uitspraak
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 26 september 2025 van de advocaat van de vader, met bijlage;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
In beide procedures:
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad tot en met september 2023.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- De vader heeft [de minderjarige] erkend. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
- [de minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de vader samen met de moeder wordt belast met de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag over [de minderjarige] , met bepaling dat de beschikking van de rechtbank in de plaats komt van de machtiging van de moeder aan de vader om inschrijving daarvan in het gezagsregister te doen plaatsvinden, zulks voor zover noodzakelijk;
- een zorgregeling, kortgezegd inhoudend, een week-op-week-af-regeling, met wisseling op maandagmiddag, met een extra wissel tussendoor van woensdag uit school tot donderdag naar school;
- een vakantie- en feestdagenregeling, tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen zoals omschreven onder punt 28 van het verzoekschrift, althans een zodanige regeling als de rechtbank juist en redelijk acht;
Beoordeling
voorwaardelijkde hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem te bepalen,
voor het geval datde moeder niet binnen twee maanden na het afgeven van deze beschikking is terugverhuisd naar [plaats 1] .
onder de voorwaardedat de moeder niet vóór 1 augustus 2026 met [de minderjarige] is terugverhuisd naar [plaats 1] . Daarbij merkt de rechtbank op dat zij er mede gelet op het verhandelde ter zitting vanuit gaat dat de moeder aan die voorwaarde kan voldoen. Gelet op de week-op-week-af regeling die de ouders voorheen uitvoerden, ziet de rechtbank ook overigens geen bezwaren tegen een bepaling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader.
Beslissing
onder de voorwaardedat de moeder niet per 1 augustus 2026 met [de minderjarige] is (terug)verhuisd naar [plaats 1] ;