Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9924

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
C/09/668800 / FA RK 24-4689
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorverwijzing naar hulpverleningstraject omgangsbegeleiding na echtscheiding

De rechtbank Den Haag heeft op 20 maart 2026 een beschikking gegeven naar aanleiding van een verzoek van de vrouw, na eerdere uitspraak van echtscheiding op 17 december 2025. De vrouw is opgedragen het gezin via huisarts of wijkteam door te verwijzen naar hulpverlening voor parallel solo ouderschap en omgangsbegeleiding. De rechtbank handhaaft de eerdere beslissingen en wijst partijen nu specifiek toe aan een hulpverleningstraject omgangsbegeleiding, omdat in de regio geen gelijktijdige verwijzing naar twee trajecten mogelijk is.

De rechtbank informeerde partijen schriftelijk over het voornemen om zonder mondelinge behandeling de verwijzing te regelen, waarbij geen tegenbericht is ontvangen. Het traject moet het contact tussen de man en het minderjarige kind herstellen en afspraken bevorderen voor onbelast contact met beide ouders. De rechtbank beveelt aan dat het wijkteam partijen kan ondersteunen bij het parallel solo ouderschap via een andere route.

De rechtbank houdt de verdere beslissingen over hoofdverblijfplaats, zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie aan tot 15 juni 2026 pro forma, in afwachting van het hulpverleningstraject. De hulpverleningsinstantie zal een eindverslag indienen, waarop partijen schriftelijk kunnen reageren. Indien het traject niet slaagt, wordt de Raad voor de Kinderbescherming betrokken voor een mogelijk raadsonderzoek, dat binnen vier maanden moet worden afgerond. De rechtbank kan zonder raadsonderzoek een eindbeschikking geven als zij voldoende is geïnformeerd.

Uitkomst: Partijen worden verwezen naar een hulpverleningstraject omgangsbegeleiding en verdere beslissingen worden aangehouden tot 15 juni 2026 pro forma.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-4689
Zaaknummer: C/09/668800
Datum beschikking: 20 maart 2026

Doorverwijzing naar hulpverleningstraject

Beschikking op het op 27 juni 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. El Aqde in Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Y.R. Roosch in Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 17 december 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van
belang – :
  • de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
  • de vrouw opgedragen om binnen twee weken na heden het gezin via de huisarts of het Wijkteam door te laten verwijzen naar (een) hulpverleningsinstantie(s) voor parallel solo ouderschap en omgangsbegeleiding;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatie aangehouden tot 15 juni 2026 pro forma.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
De rechtbank heeft vernomen dat de vrouw zich conform de beschikking heeft aangemeld bij het wijkteam, maar dat is gebleken dat voor het hulpverleningstraject omgangsbegeleiding een verwijzing in het kader van het Uniform Hulpaanbod nodig is. Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank partijen per brief geïnformeerd over het voornemen om deze verwijzing via een tussenbeschikking in orde te maken, zonder hiervoor een mondelinge behandeling te plannen, en dat de rechtbank zonder tegenbericht binnen één week ervan uitgaat dat partijen instemmen met deze verwijzing en het delen van hun gegevens met de hulpverleningsinstantie. De rechtbank heeft geen tegenbericht ontvangen.
De rechtbank heeft verder vernomen dat het in de regio waar de vrouw met [minderjarige] verblijft niet mogelijk is om partijen naar twee hulpverleningstrajecten tegelijk te verwijzen. De rechtbank ziet aanleiding om, in het belang van [minderjarige], op dit moment partijen te verwijzen naar omgangsbegeleiding. In het kader van die hulpverlening worden er ook gesprekken met partijen gevoerd. Mogelijk kan het Wijkteam partijen ondersteunen in het starten van een traject Parallel Solo Ouderschap via een andere route.
De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan het hulpverleningstraject omgangsbegeleiding. In dit geval zijn partijen, anders dan gebruikelijk bij het Uniform Hulpaanbod, niet tijdens de mondelinge behandeling verwezen naar het hulpverleningstraject. Er is dan ook geen proces-verbaal gestuurd naar het routeringspunt met onder meer de (contact)gegevens van partijen. Het formulier met deze (contact)gegevens, net als de geformuleerde doelen, zullen met deze beschikking worden meegestuurd naar het routeringspunt, voor aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie.
De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om het eindverslag over het verloop van het hulpverleningstraject in te dienen op de hierna genoemde manier.
De rechtbank zal de behandeling van de zaak (in eerste instantie) in afwachting van de resultaten van dit hulpverleningstraject pro forma aanhouden. De rechtbank verwacht op de pro forma datum van 15 juni 2026 nog niet dat partijen het traject hebben doorlopen, maar wenst desalniettemin dan wel geïnformeerd te worden over de stand van zaken.
Als het hulpverleningstraject is beëindigd, zal de hulpverleningsinstantie het eindverslag versturen naar het routeringspunt. Het routeringspunt zal zorgen voor verzending van dit eindverslag aan de rechtbank. De rechtbank zal, als het hulpverleningstraject is geslaagd, partijen en hun advocaten in de gelegenheid stellen om binnen een termijn van twee weken schriftelijk te reageren op het eindverslag. Na ontvangst van de reactie van (de advocaten van) partijen geeft de rechtbank, zonder verdere mondelinge behandeling, een eindbeschikking.
Als het hulpverleningstraject voortijdig is beëindigd of de doelen niet (geheel) zijn behaald, zal het routeringspunt het eindverslag ook sturen aan de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De Raad zal aan de hand van het eindverslag van de hulpverleningsinstantie bezien of een raadsonderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van het eindverslag de rechtbank te informeren of een raadsonderzoek noodzakelijk wordt geacht.
Een raadsonderzoek blijft achterwege als de rechter meent voldoende ingelicht te zijn om een eindbeschikking te geven. De rechtbank zal de Raad hierover berichten binnen uiterlijk een week nadat de Raad de rechtbank heeft geïnformeerd over de noodzakelijkheid van een raadsonderzoek. De rechtbank bericht de Raad slechts als zij geen raadsonderzoek nodig acht.
Als de rechtbank met de Raad een onderzoek noodzakelijk acht, geldt deze beschikking als een voorwaardelijke opdracht aan de Raad om onderzoek te verrichten, als het hulpverleningstraject (deels) niet is geslaagd. De Raad wordt verzocht dit onderzoek te verrichten en daarvan bij de rechtbank, uiterlijk binnen vier maanden, een raadsrapport in te dienen. In dat geval volgt dus een verdere aanhouding van de zaak.
Gelet op het vorenstaande wordt de Raad voorwaardelijk verzocht om, als het eindverslag van de hulpverleningsinstantie daartoe aanleiding geeft, aan de rechtbank advies uit te brengen ter beantwoording van de volgende vragen:
  • welke hoofdverblijfplaats komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige] en welke mogelijkheden en belemmeringen ziet de Raad?
  • welke zorgregeling komt het meest tegemoet aan het belang van [minderjarige]?
  • hoe moet de regeling qua aard, duur en frequentie vormgegeven worden?
  • welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om in het advies te vermelden?

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw],
wonende op een geheim adres,
en
[de man],
wonende aan [adres] in [plaats];
bij proces-verbaal van doorverwijzing worden verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) het hulpverleningstraject omgangsbegeleiding en dat het routeringspunt zorgt voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
bepaalt dat partijen met behulp van dit hulpverleningstraject zullen bewerkstelligen dat de omgang tussen de man en [minderjarige] wordt hersteld en dat zij afspraken zullen maken aan de hand waarvan [minderjarige] onbelast contact kan hebben met beide partijen;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking en een kennisgeving van de vorige beschikking naar het routeringspunt te zenden naar:
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond
t.a.v. het routeringspunt
Dynamostraat 16, 3083 AK Rotterdam
e-mailadres: zorgbemiddeling@jbrr.nl;
bepaalt dat het routeringspunt vóór na te melden pro-formadatum het eindverslag van de hulpverleningsinstantie aan de rechtbank verzendt en daarvan gelijktijdig een kopie aan de Raad voor de Kinderbescherming verzendt, als het hulpverleningstraject niet of deels is geslaagd;
beveelt de griffier na ontvangst van het eindverslag een kopie daarvan aan beide partijen en hun advocaten te versturen;
verzoekt partijen, na ontvangst van het eindverslag van een geslaagd hulpverleningstraject, binnen een termijn van twee weken schriftelijk hierop te reageren;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een geheel of gedeeltelijk niet geslaagd hulpverleningstraject:
  • te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen;
  • de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren; en
  • als dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel; en
  • daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen,
met dien verstande dat de rechtbank kan beslissen, mits voldoende ingelicht, om zonder hiervoor genoemd raadsonderzoek een eindbeschikking te geven;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatieaan tot
15 juni 2026 pro formazoals reeds beslist bij beschikking van 17 december 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van
20 maart 2026.