Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9933

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
NL25.53773
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.104 VbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 AwbVreemdelingenbesluit 2000Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen aanvullend terugkeerbesluit minister

De zaak betreft een beroep van eiser tegen een aanvullend terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, opgelegd op 17 oktober 2025. Eiser, van Algerijnse nationaliteit, betwist dat het besluit aan hem is uitgereikt en stelt dat het niet op juiste wijze bekend is gemaakt, omdat het niet aan zijn gemachtigde is toegezonden.

De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig is uitgereikt, mede op basis van een proces-verbaal waarin staat dat het besluit op het politiebureau te Eindhoven aan eiser is overhandigd. De rechtbank wijst erop dat toezending aan de gemachtigde niet vereist is volgens de toepasselijke regelgeving.

Omdat eiser geen verdere inhoudelijke gronden aanvoert, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het aanvullend terugkeerbesluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach-de Wit en griffier Korporaal-Wisman.

Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53773

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M. Weerman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het aan eiser opgelegde aanvullend terugkeerbesluit. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het terugkeerbesluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank verder uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 17 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988.
2.1.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het betoog van eiser?
3. Eiser bestrijdt dat het bestreden besluit aan hem is uitgereikt. Er bevindt zich geen uitreikingsblad in het dossier. Als er vanuit moet worden gegaan dat het besluit wel is uitgereikt, dan is het niet op de juiste wijze bekendgemaakt, aangezien het niet ook aan zijn gemachtigde is toegezonden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Uit artikel 3.104, vijfde lid, van het Vb [2] en artikel 3:41, tweede lid van de Awb [3] volgt dat een terugkeerbesluit wordt bekend gemaakt door uitreiking of door toezending naar het laatst bekende adres. Toezending aan de gemachtigde is dus geen vereiste.
4.1.
Niet in geschil is dat er geen uitreikingsblad in het dossier zit. Wel bevindt zich in het dossier een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal waaruit blijkt dat aan eiser op
17 oktober 2025 om 22:26 uur op het politiebureau te Eindhoven een aanvullend terugkeerbesluit is opgelegd en dat een afschrift onmiddellijk aan eiser is uitgereikt. De rechtbank ziet geen aanleiding daaraan te twijfelen.
4.2.
De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Omdat eiser verder geen inhoudelijke gronden tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht het aanvullende terugkeerbesluit heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling is dan ook geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over het hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb
2.Vreemdelingenbesluit 2000
3.Algemene wet bestuursrecht