ECLI:NL:RBDHA:2026:9963
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens betwiste minderjarigheid ongegrond verklaard
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, stelt minderjarig te zijn en betwist de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 2 april 2026, nadat zij eerder de bewaring tot die datum als rechtmatig had beoordeeld.
Eiser voert aan dat zijn minderjarigheid uit de asielprocedure blijkt, wat toelating tot de AMA-procedure zou rechtvaardigen. Verweerder betwist dit en wijst op wisselende verklaringen van eiser over zijn geboortedatum zonder verschoonbare redenen. Hierdoor wordt de identiteit en minderjarigheid van eiser niet erkend.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.