Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9963

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
NL26.21859
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 59b VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens betwiste minderjarigheid ongegrond verklaard

Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, stelt minderjarig te zijn en betwist de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 2 april 2026, nadat zij eerder de bewaring tot die datum als rechtmatig had beoordeeld.

Eiser voert aan dat zijn minderjarigheid uit de asielprocedure blijkt, wat toelating tot de AMA-procedure zou rechtvaardigen. Verweerder betwist dit en wijst op wisselende verklaringen van eiser over zijn geboortedatum zonder verschoonbare redenen. Hierdoor wordt de identiteit en minderjarigheid van eiser niet erkend.

De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.21859

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Hopman).

Procesverloop

Verweerder heeft op 23 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Op 24 april 2026 heeft verweerder een reactie op het beroepschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 24 april 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2008 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 7 april 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 2 april 2026, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 2 april 2026.
4. Eiser voert aan dat uit zijn asielprocedure naar voren komt dat hij minderjarig is, wat maakt dat hij in de AMA-procedure had moeten worden toegelaten.
5. Uit het dossier blijkt dat bij besluit van 5 april 2026 is beslist op eisers asielaanvraag. Bij dit besluit is ook de maatregel van bewaring is verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vw, omdat nog onderzoek nodig is naar de identiteit en nationaliteit van eiser. Verweerder volgt eiser namelijk niet in zijn gestelde identiteit en daarmee ook niet in zijn gestelde minderjarigheid. In de brief van 24 april 2026 heeft verweerder toegelicht dat eiser tijdens zijn asielprocedure wisselende verklaringen heeft afgelegd over zijn geboortedatum en dat hij volgens verweerder daarvoor geen verschoonbare reden heeft gegeven. De verwijzing van eiser naar zijn gestelde minderjarigheid leidt dan ook niet tot de conclusie dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
6. Tot slot leidt ambtshalve toetsing ook niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 28 april 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.