Op 9 april 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die op 29 december 2025 diverse winkelgoederen ter waarde van €275,38 bij Albert Heijn in Den Haag heeft gestolen. De verdachte heeft het feit bekend en de rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank heeft het strafblad van de verdachte bestudeerd en vastgesteld dat hij in de afgelopen vijf jaar ten minste drie keer onherroepelijk is veroordeeld tot vrijheidsbenemende straffen voor misdrijven, waaronder vermogensdelicten. De reclassering heeft een advies uitgebracht waarin sprake is van problematiek en een gemiddeld recidiverisico, met mogelijkheden voor begeleiding en behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de verdachte voldoet aan de harde criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel en kwalificeert hem als een zeer actieve veelpleger. Gezien de ernst van het feit, het strafblad en het reclasseringsadvies legt de rechtbank een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op, met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, behandeling, middelenverbod en inspanning voor dagbesteding.
De maatregel wordt niet ten uitvoer gelegd zolang de verdachte zich gedurende de proeftijd van twee jaar niet schuldig maakt aan strafbare feiten en de bijzondere voorwaarden naleeft. De rechtbank heeft tevens het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De voorzitter kon het vonnis niet ondertekenen wegens afwezigheid.