ECLI:NL:RBDOR:1999:AA4614
Rechtbank Dordrecht
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid wegens tegenstrijdige uitvoeringsbesluiten en verantwoordelijkheid Lisv
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van Stichting USZO om zijn WAO-uitkering per 22 december 1996 in te trekken op grond van volledige arbeidsgeschiktheid, terwijl Cadans Uitvoeringsinstelling eiser als volledig arbeidsongeschikt beoordeelde en een uitkering toekende. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) had de behandeling van individuele beroepszaken gemandateerd aan uitvoeringsinstellingen, maar ontweek verantwoordelijkheid door te stellen dat de uitvoeringsinstellingen het onderling moesten oplossen.
De rechtbank oordeelt dat het Lisv verantwoordelijk blijft voor tegenstrijdige besluiten en dat noch de nationale ombudsman noch klachtencommissies bevoegd zijn om inhoudelijk in te grijpen in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De onaanvaardbare verscheidenheid in uitvoering van arbeidsongeschiktheidswetten onder auspiciën van het Lisv is onrechtmatig.
Daarom wordt het besluit van Stichting USZO, dat lijnrecht staat tegenover dat van Cadans, vernietigd. Tevens wordt het Lisv veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt de noodzaak van adequate verantwoordelijkheid en samenhang in de uitvoering van sociale zekerheidswetten.
Uitkomst: Het besluit van Stichting USZO wordt vernietigd vanwege tegenstrijdigheid met het besluit van Cadans en de verantwoordelijkheid van het Lisv wordt bevestigd.