ECLI:NL:RBDOR:1999:AF0320
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- C. Sikkel
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsbevoegdheid na ontbinding huurovereenkomst bij schuldsaneringsregeling
In deze zaak stond de vraag centraal of de woningstichting de ontruiming van een woning kon effectueren ondanks de toepassing van een schuldsaneringsregeling op de huurder. De huurovereenkomst was reeds ontbonden door een vonnis van de kantonrechter, en de schuldsaneringsregeling werd definitief toegepast nadat het vonnis was betekend.
De rechtbank stelde vast dat het huurrecht van de huurder was geëindigd vóór de schuldsaneringsbeschikking, waardoor het huurrecht niet tot de boedel behoorde. De ontruimingsbevoegdheid van de woningstichting werd daardoor niet geraakt door de afkoelingsperiode zoals bedoeld in artikel 309 van Pro de Faillissementswet. Ook de bepalingen in artikel 301 en Pro 305 Faillissementswet waren niet van toepassing op de ontruiming.
De rechtbank verwierp verder argumenten van de huurder over persoonlijke omstandigheden en tijdsverloop, omdat deze geen invloed hadden op de executoriale titel waarop de ontruimingsbevoegdheid was gebaseerd. De rechtbank machtigde de deurwaarder om de ontruiming op korte termijn aan te zeggen en uit te voeren, waarbij partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De ontruimingsbevoegdheid van de woningstichting wordt niet beperkt door de schuldsaneringsregeling omdat het huurrecht al was geëindigd.