ECLI:NL:RBDOR:2000:AF0322
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw bij lening
Op 1 februari 2000 diende verzoeker een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank Dordrecht. De schuldsanering werd op 9 februari 2000 voorlopig van toepassing verklaard. Tijdens een zitting op 23 februari 2000 werd nader onderzoek gedaan naar een vordering van de Kredietbank Utrecht op verzoeker.
Uit het onderzoek bleek dat verzoeker in november 1999 een verklaring ex art. 285 lid 1 Fw Pro had aangevraagd bij de Kredietbank. Vervolgens vroeg hij op 2 januari 2000 een persoonlijke lening aan zonder melding te maken van zijn en zijn echtgenote's bestaande schulden van circa f.280.000,-, terwijl dit op het aanvraagformulier wel gevraagd werd. Op 18 januari 2000 verstrekte de Kredietbank een lening van f.8.000,-.
Verzoeker stelde dat hij niet opnieuw schulden hoefde te melden omdat de Kredietbank die al kende en dat hij te goeder trouw had gehandeld. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat verzoeker niet te goeder trouw was omdat hij zich bewust moest zijn dat de Kredietbank de lening niet zou verstrekken als zij van de schuldenlast op de hoogte was geweest. De verstrekking van de lening was te wijten aan interne communicatieproblemen bij de Kredietbank.
Gezien de niet te goeder trouw handelwijze en de hoogte van de schuld wees de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen bij het aangaan van de lening.