ECLI:NL:RBDOR:2000:AF0329

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
23 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/4001 R
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.C.J. de Heij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 352 lid 2 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens geen verwachting nakoming verplichtingen

Bij vonnis van 23 december 1998 werd de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. Op 10 december 1999 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 352 lid 2 Faillissementswet Pro. De rechtbank stelde de behandeling hiervan vast op 23 februari 2000.

De bewindvoerder bracht schriftelijk verslag uit waarin werd aangegeven dat redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen, ondanks dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit de schuldsanering is nagekomen. De rechter-commissaris sloot zich hierbij aan. Ter zitting waren geen schuldeisers aanwezig.

De rechtbank constateerde dat een jaar was verstreken sinds de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling en dat de schuldenaar al voor de regeling een lange periode met minimaal inkomen leefde en zijn schuldeisers zoveel mogelijk probeerde te bevredigen. Het saldo van de boedelrekening bedroeg circa fl. 1.500,-, waar nog kosten van de bewindvoerder en publicaties van afgingen.

Omdat niet was gebleken van omstandigheden die een voortzetting rechtvaardigen volgens artikel 350 lid 3 Faillissementswet Pro, besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling te beëindigen. Tevens stelde zij het salaris van de bewindvoerder vast op fl. 440,63 inclusief omzetbelasting en bepaalde dat de kosten van publicaties ten laste van de schuldenaar komen.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van verwachting dat de schuldenaar aan zijn verplichtingen kan voldoen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

nummer verklaring: ZWDO119800012
Arrondissementsrechtbank te Dordrecht
Enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 23 december 1998 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
X.,
geboren op ...
wonende te P.
Op 10 december 1999 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 352 lid 2 van Pro de Faillissementswet.
Bij beslissing van de rechtbank d.d. 8 februari 2000 is de behandeling tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling vastgesteld op 23 februari 2000.
Op 17 februari 2000 is door de bewindvoerder schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling- Het verslag houdt onder meer in dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen en naar het oordeel van de bewindvoerder de schuldenaar zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is nagekomen.
De schuldenaar, de bewindvoerder en de rechter-commissaris zijn ter zitting verschenen. De rechter-commissaris heeft zich bij het oordeel van de bewindvoerder aangesloten.
Ter zitting zijn geen schuldeisers verschenen.
De rechtbank stelt vast dat nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling. Voorts is ter zitting aannemelijk geworden dat de schuldenaar reeds voor de datum van ingang van de schuldsaneringsregeling een lange periode heeft geleefd van een minimaal inkomen en heeft getracht zijn schuldeisers zoveel mogelijk te bevredigen. Deze omstandigheid is reden de duur van de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beperken tot de termijn dat de regeling thans van toepassing is geweest.
Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaan dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen. De rechtbank neemt daarbij mede in overweging dat het saldo van de boedelrekening slechts circa fl. 1.500,-. bedraagt, op welk bedrag het salaris van de bewindvoerder en de kosten van publicaties nog in mindering komen. Nu bovendien niet is gebleken van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid ander c,d of e Faillissementswet, dient de schuldsaneringsregeling te worden beëindigd.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties komen ten laste van de schuldenaar.
Beslissing
De rechtbank:
• stelt vast dat de schuldenaar:
niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
• beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
• stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op f 440,63 (inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting);
• bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ten laste van de schuldenaar komen;
Gewezen door mr P.C.J. de Heij, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.