ECLI:NL:RBDOR:2000:AF0329
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens geen verwachting nakoming verplichtingen
Bij vonnis van 23 december 1998 werd de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. Op 10 december 1999 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 352 lid 2 Faillissementswet Pro. De rechtbank stelde de behandeling hiervan vast op 23 februari 2000.
De bewindvoerder bracht schriftelijk verslag uit waarin werd aangegeven dat redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen, ondanks dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit de schuldsanering is nagekomen. De rechter-commissaris sloot zich hierbij aan. Ter zitting waren geen schuldeisers aanwezig.
De rechtbank constateerde dat een jaar was verstreken sinds de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling en dat de schuldenaar al voor de regeling een lange periode met minimaal inkomen leefde en zijn schuldeisers zoveel mogelijk probeerde te bevredigen. Het saldo van de boedelrekening bedroeg circa fl. 1.500,-, waar nog kosten van de bewindvoerder en publicaties van afgingen.
Omdat niet was gebleken van omstandigheden die een voortzetting rechtvaardigen volgens artikel 350 lid 3 Faillissementswet Pro, besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling te beëindigen. Tevens stelde zij het salaris van de bewindvoerder vast op fl. 440,63 inclusief omzetbelasting en bepaalde dat de kosten van publicaties ten laste van de schuldenaar komen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van verwachting dat de schuldenaar aan zijn verplichtingen kan voldoen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.