ECLI:NL:RBDOR:2001:AD3393
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.H.J. Puite
- H.A.C. Smid
- L.M. Croes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens weigering oproeping niet-bij-naam bekende getuigen
De rechtbank Dordrecht behandelde op 30 augustus 2001 een strafzaak tegen de verdachte waarbij de officier van justitie vijf feiten ten laste legde. Tijdens de procedure ontstond discussie over het horen van niet-bij-naam bekende getuigen, politieambtenaren aangeduid als A 1550 en A 1016.
De rechtbank had eerder bepaald dat deze getuigen ter openbare terechtzitting moesten worden gehoord, met waarborgen in een beveiligde zaal. De officier van justitie weigerde echter deze getuigen zonder voorafgaand verhoor door de rechter-commissaris op te roepen, wat de rechtbank als een weigering in de zin van artikel 349 lid 3 Sv Pro interpreteerde.
Als gevolg hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk voor de vervolging van de feiten 1 tot en met 4, omdat deze niet-bij-naam bekende getuigen geen bedreigde getuigen waren. Voor feit 5, waarbij geen politie-infiltranten waren betrokken, bleef de officier van justitie ontvankelijk.
De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en de zaak voort te zetten op 12 oktober 2001, waarbij verdachte en zijn raadsman opnieuw werden opgeroepen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard voor vier van de vijf ten laste gelegde feiten wegens weigering oproeping niet-bij-naam bekende getuigen zonder voorafgaand verhoor door de rechter-commissaris.