ECLI:NL:RBDOR:2001:AD4724
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake verlenging verklaring GNR111 bij medisch verblijf in Nederland
Verzoekers, met Turkse nationaliteit, waren sinds 1988 met behoud van WAO-uitkering in Turkije woonachtig en kwamen in juni 2000 tijdelijk naar Nederland voor familiebezoek. Vanwege ernstige nierinsufficiëntie moest verzoeker regelmatig dialyseren en vroeg hij vergoeding van medische kosten via een verklaring GNR111, die tijdelijk verblijvende in Nederland wonende Turkse ziekenfondsverzekerden recht geeft op medische zorg.
Verweerder verstrekte meerdere keren een verklaring GNR111, maar besloot in april 2001 deze niet te verlengen na 31 mei 2001, stellende dat verzoekers niet langer tijdelijk in Nederland verbleven. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen een voorlopige voorziening aan. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met de bijzondere medische omstandigheden en het feit dat verzoekers niet konden terugkeren naar Turkije en geen geldig verblijfsdocument hadden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de inherente afwijkingsbevoegdheid uit art. 4:84 Awb Pro had moeten toepassen om onevenredige gevolgen te voorkomen. Daarom werd het besluit geschorst en werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor verzoekers van 1 juni tot 30 september 2001 behandeld worden alsof zij een geldige verklaring GNR111 bezitten. Tevens werden de proceskosten aan verzoekers toegewezen.
Uitkomst: Verzoekers worden voor de periode 1 juni tot en met 30 september 2001 behandeld alsof zij een geldige verklaring GNR111 bezitten.