ECLI:NL:RBDOR:2002:AD9284
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- K.H.J. Puite
- A.P. Hameete
- H.W. Bezemer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking verklaring omtrent gedrag
Klager heeft op 1 maart 2001 bij de burgemeester van Papendrecht een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aangevraagd ten behoeve van een vergunning voor de exploitatie van een seksbedrijf. Na onderzoek en advies van de bijzondere commissie van advies werd de VOG op 23 mei 2001 zonder voorbehoud verstrekt. Pas na ongeveer een half jaar trok de burgemeester de verklaring in en weigerde hij alsnog een VOG af te geven.
Klager diende vervolgens op 20 november 2001 een beroepschrift in bij de rechtbank, waarin hij verzocht de weigering van de VOG nietig te verklaren. De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift niet ontvankelijk was omdat het niet was ingediend volgens de vereisten van artikel 449 Sv Pro, namelijk het afleggen van een verklaring op de griffie.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het intrekken van de VOG in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. Klager mocht immers vertrouwen op de onvoorwaardelijke afgifte van de verklaring, mede gezien de verstreken tijd en de eerdere advisering. De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk, maar gaf aan dat indien ontvankelijkheid was vastgesteld, de klacht gegrond zou zijn geweest.
De uitspraak werd in raadkamer en openbaar uitgesproken op 14 februari 2002 door de rechtbank Dordrecht, waarbij klager werd bijgestaan door zijn raadsman en de officier van justitie aanwezig was.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de intrekking van de verklaring omtrent het gedrag wegens niet-naleving van procedurele vereisten.