ECLI:NL:RBDOR:2002:AD9294
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- C.B.M. Bruens
- I.M.A. de Graaf-Hinfelaar
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag
Op 1 december 2001 bezocht verdachte met vrienden een kartcentrum waar een conflict ontstond met een andere groep, waaronder het latere slachtoffer. Nadat verdachte en zijn vriend werden belaagd en omsingeld door deze groep, raakte verdachte in paniek en stak hij het slachtoffer met een mes in de rug, waarbij een long werd geraakt.
De rechtbank stelde vast dat verdachte zich in een situatie van ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding bevond en dat het gebruik van het mes aanvankelijk gerechtvaardigd was ter zelfverdediging. Echter, het steken van het slachtoffer overschreed de grenzen van noodzakelijke verdediging. De rechtbank achtte het aannemelijk dat dit handelen het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging (noodweerexces).
Gezien de omstandigheden en het ontbreken van schuld, sprak de rechtbank verdachte vrij en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd en de benadeelde partij zich tot de burgerlijke rechter moet wenden.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag.