ECLI:NL:RBDOR:2002:AE6093
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.C. Smid
- C.B.M. Bruens
- H.W. Bezemer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling voor handel en medeplegen van cocaïne-export
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot de invoer, verwerking en export van cocaïne.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig verkregen was, onder meer vanwege onbetrouwbare tapgegevens en onvoldoende deskundigheid van tolken. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de CIE-rapporten betrouwbaar waren en dat de tapapparatuur en vertalingen voldoende betrouwbaar waren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van verlengde uitvoer van cocaïne in de periode september tot december 2001 wegens onvoldoende bewijs. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte in januari 2002 met anderen ongeveer 39 kilogram cocaïne heeft verwerkt en geëxporteerd naar Italië.
De feiten werden beoordeeld als ernstige aantasting van de maatschappelijke veiligheid en volksgezondheid. Gezien de ernst van de feiten, eerdere strafrechtelijke contacten van verdachte en zijn rol in een internationaal netwerk, legde de rechtbank een gevangenisstraf van zeven jaar op.
De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar was en veroordeelde hem tot zeven jaar gevangenisstraf, met vrijspraak voor de niet bewezen verklaarde tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verlengde uitvoer in 2001 maar veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor medeplegen van cocaïnehandel en export in 2002.