ECLI:NL:RBDOR:2002:AF2576
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsanering wegens niet-nakoming verplichtingen en geen schone lei
De rechtbank Dordrecht heeft bij vonnis van 11 december 2002 geoordeeld over de tussentijdse beëindiging van de schuldsanering van schuldenares. De schuldsanering was definitief uitgesproken in 1999 en het saneringsplan liep tot 24 november 2002. Tijdens de zitting werden schuldenares, de bewindvoerder en schuldeiser Woondrecht gehoord over de vraag of schuldenares aan haar verplichtingen had voldaan.
De schuldeiser en bewindvoerder stelden dat schuldenares niet aan haar verplichtingen had voldaan omdat nieuwe schulden waren ontstaan, met name een oplopende huurachterstand. Woondrecht overhandigde een overzicht waaruit bleek dat de huurachterstand was gestegen van circa €600 in november 1999 tot €2.241,67 in november 2002. Schuldenares betwistte dit overzicht, maar het vonnis van de kantonrechter van 20 september 2001 bevestigde de achterstallige huurbetalingen.
De rechtbank stelde vast dat schuldenares tekortgeschoten is in haar verplichtingen en dat deze tekortkoming haar kan worden toegerekend. De verplichting om geen bovenmatige schulden te laten ontstaan is volgens artikel 350 Faillissementswet Pro een reden voor tussentijdse beëindiging van de regeling. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op €1.083,70 en bepaalde dat de publicatiekosten ten laste van schuldenares komen, voor zover het boedelactief toereikend is, en anders ten laste van de Staat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsanering wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden, waardoor geen schone lei wordt verleend.