ECLI:NL:RBDOR:2002:AF3733
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beperking rijgeschiktheid tot privé-gebruik bij ICD-drager wegens onvoldoende motivering
Eiser, bij wie op 30 augustus 2000 een implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) is ingebracht, kreeg op 19 maart 2001 van het CBR een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen categorieën B en E bij B, met de beperking 'alleen tijdens privé-gebruik'. Eiser maakte bezwaar tegen deze beperking en stelde dat de betekenis van privé-gebruik onvoldoende werd toegelicht, waardoor onduidelijkheid bestond, onder meer over woon-werkverkeer.
De rechtbank overweegt dat het CBR op grond van de Regeling eisen geschiktheid 2000 verplicht was de beperking op te leggen, omdat een ICD-drager volgens deze regeling alleen voor privé-gebruik geschikt kan worden verklaard. Een belangenafweging was niet aan de orde. Echter, het besluit is onvoldoende gemotiveerd omdat het CBR niet duidelijk heeft gemaakt wat onder privé-gebruik wordt verstaan en de verantwoordelijkheid voor de beoordeling hiervan volledig bij eiser heeft gelegd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens wordt verweerster veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke motivering en afbakening van de beperking tot privé-gebruik bij rijgeschiktheid voor ICD-dragers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de beperking tot privé-gebruik en verweerster wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.