Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDOR:2003:AF4025

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
29 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R 99/189
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.G.J. de Heij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsanering wegens overlijden en faillietverklaring nalatenschap

De rechtbank Dordrecht heeft bij vonnis van 29 januari 2003 de schuldsaneringsregeling beëindigd vanwege het overlijden van de schuldenaar op 18 februari 2002. Hoewel de looptijd van de regeling formeel was verstreken, was de regeling nog niet geëindigd door het ontbreken van een verbindende slotuitdelingslijst. De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de regeling zinloos was omdat de schuldenaar niet meer kon voldoen aan zijn verplichtingen en geen profijt meer kon hebben van schuldenbevrijding.

De rechtbank verklaarde de nalatenschap van de overleden schuldenaar van rechtswege failliet en benoemde een rechter-commissaris en curator. Tevens stelde zij het salaris van de bewindvoerder vast op €1.070,86 inclusief omzetbelasting en bepaalde dat de kosten van publicaties, geraamd op €706,93, ten laste van de boedel komen.

De curator kreeg last tot het openen van aan de overledene gerichte brieven en telegrammen vanaf het moment dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Tegen dit vonnis kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld door bevoegde partijen via een procureur.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsanering wegens overlijden en verklaart de nalatenschap failliet met benoeming van curator en rechter-commissaris.

Uitspraak

beëindiging schuldsanering
met faillietverklaring
insolventienummer: 99/189 R
nummer verklaring: DOR0119900408
uitspraakdatum: 29 januari 2003
RECHTBANK DORDRECHT,
ENKELVOUDIGE KAMER
Bij vonnis van deze rechtbank van 25 augustus 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
Bij vonnis van deze rechtbank van 19 december 2001 is de looptijd van de schuldsaneringsregeling vastgesteld op 3 jaar te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsanering, derhalve tot 25 augustus 2002.
Het is de rechtbank gebleken dat de schuldenaar op 18 februari 2002 is overleden.
De rechtbank is van oordeel dat het overlijden van de schuldenaar tijdens de schuldsaneringsregeling met zich meebrengt dat de schuldenaar niet meer kan voldoen aan zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen. Toepassing van de regeling is voorts zinloos geworden nu schuldenaar geen profijt meer kan hebben van bevrijding van zijn schulden. In deze situatie moet de regeling worden beëindigd en verkeert de nalatenschap van rechtswege in staat van faillissement. Dit geldt evenzeer indien, zoals in het onderhavige geval, de looptijd van de schuldsanering reeds verstreken is maar de regeling nog niet is geëindigd door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties komen ten laste van de boedel.
BESLISSING
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt met ingang van de dag dat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan in het faillissement van de nalatenschap van [schuldenaar] tot rechter-commissaris mr. P.W. van Baal en tot curator G.E. Blaakman gevestigd te postbus 1022, 3300 BA Dordrecht;
- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 1.070,86, inclusief de omzetbelasting, en brengt dit ten laste van de boedel;
- bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties van naar schatting € 706,93 ten laste van de boedel komen;
- geeft last aan de curator tot het openen van de aan wijlen [schuldenaar] gerichte brieven en telegrammen met ingang van de datum dat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.
Gewezen door mr. P.G.J. de Heij, lid van de eerste enkelvoudige kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.1
1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een procureur binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.