ECLI:NL:RBDOR:2003:AF7584
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. van Veen
- T.F. van der Lugt
- C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee meisjes onder de 12 jaar en een meisje onder de 16 jaar. De dagvaarding voldeed aan alle wettelijke eisen en de rechtbank was bevoegd de zaak te behandelen. De officier van justitie achtte de feiten onder 1 en 3 bewezen, terwijl de verdediging bewijsverweren en een strafmaatverweer voerde.
Tijdens de terechtzitting bleek dat verdachte in zijn buurt bekend stond als een soort 'buurtopa' met veel sociale contacten, waaronder kinderen. Er was een geruchtencircuit ontstaan dat verdachte zich aan kinderen zou hebben vergrepen. De rechtbank overwoog dat deze geruchten mogelijk de verklaringen van de vermeende slachtoffers beïnvloedden. Er was geen overtuigend bewijs dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan.
Voor de feiten onder 2 en 3 ontbrak wettig bewijs omdat deze alleen op aangifte berustten zonder aanvullende ondersteuning. De rechtbank kwam tot de conclusie dat verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden en sprak hem vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen.