ECLI:NL:RBDOR:2003:AH9814
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering studiefinanciering wegens meerinkomen en onterecht kaartbezit
Eiser ontving studiefinanciering van augustus 1991 tot juni 1996. Verweerster vorderde terugbetaling wegens teveel uitbetaalde studiefinanciering over augustus tot en met december 1995, gebaseerd op meerinkomen door nabetaling van AAW/WAO-uitkeringen en onterecht kaartbezit.
Na bezwaar en beroep trok verweerster haar eerdere besluit in en paste de terugvordering aan met toepassing van de hardheidsclausule in de Wet op de studiefinanciering (WSF). Eiser betwistte de wijze van toepassing van deze clausule en stelde dat middeling van de nabetaling over meerdere jaren passend was.
De rechtbank oordeelde dat de bijverdienregeling van de WSF uitgaat van kalenderjaarinkomen en dat de nabetaling ook voor perioden vóór 1995 tot het toetsingsinkomen van 1995 behoort. Het was voor eiser niet mogelijk tijdig de studiefinanciering te beëindigen. De rechtbank vond het besluit van verweerster om met terugwerkende kracht de aanvraag te beëindigen redelijk en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis is uitgesproken op 28 februari 2003 door rechter E.C.R. Schut.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering studiefinanciering wegens meerinkomen en onterecht kaartbezit wordt ongegrond verklaard.