ECLI:NL:RBDOR:2003:AL3225
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- I.M.A. de Graaf
- S.R.B. Walther
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moeder wegens zware mishandeling van haar baby met verminderd toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Dordrecht heeft op 30 september 2003 uitspraak gedaan in de zaak tegen een moeder die haar baby zwaar mishandelde. Verdachte had aanvankelijk een bekennende verklaring afgelegd, maar trok deze later in met het argument dat zij onder druk had verklaard en het verhaal had verzonnen om vrij te komen. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte de verklaring betrouwbaar.
Uit het bewijs, waaronder videobeelden van verhoren en medische rapporten, bleek dat verdachte haar drie maanden oude dochtertje hardhandig uit de box trok, liet vallen en in een buggy gooide, waardoor het kind een gebroken been opliep. Een psychologisch rapport concludeerde dat verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en achterdochtige trekken, waardoor zij verminderd toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het risico op herhaling. Daarom werd een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de verplichting tot begeleiding door de reclassering. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen rechtstreeks geleden schade was vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en begeleiding door de reclassering.