ECLI:NL:RBDOR:2003:AN8040
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering Rabo Financieringsmaatschappij wegens overgang inningsbevoegdheid
Rabo Financieringsmaatschappij B.V. vordert betaling van een bedrag van €11.472,85 van de gedaagde, met variabele contractuele rente vanaf 1 november 2001. De kern van het geschil betreft de vraag of de inningsbevoegdheid ten aanzien van de vordering is overgegaan op Rabo.
De rechtbank heeft bewijs toegelaten en getuigen gehoord aan beide zijden. Uit de verklaringen blijkt dat tussen De Lage Landen Financieringen en Rabo een overeenkomst is gesloten waarbij Rabo de inningsbevoegdheid kreeg, onder meer voor de vordering op de gedaagde.
Verder is vastgesteld dat de brief van 12 mei 1999 de gedaagde heeft bereikt, ondanks dat deze niet de inhoud heeft gelezen. De brief is aangetekend verzonden naar het juiste adres en meerdere kennisgevingen zijn achtergelaten.
Op grond van deze feiten wordt de vordering van Rabo toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag met rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van €11.472,85 met rente en proceskosten.