ECLI:NL:RBDOR:2003:AN8045
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. ter Veer
- Croes
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Dordrecht over kredietovereenkomst, verjaring en bewijs van inningsbevoegdheid
De zaak betreft een kredietovereenkomst gesloten in 1979 tussen de Coöperatieve Rabobank Dordrecht en de gedaagde. Rabo Financieringsmaatschappij B.V. vordert betaling van een openstaand bedrag wegens achterstallige termijnen. De gedaagde voert verweren aan over de geldigheid van de cessie, de mededeling daarvan, en verjaring van de vordering.
De rechtbank stelt vast dat de economische eigendom van de vordering is overgedragen van de oorspronkelijke crediteur via DLLF aan Rabo, maar dat Rabo dit moet bewijzen. De verjaringstermijn wordt beoordeeld aan de hand van artikel 3:308 BW Pro, gezien de maandelijkse betalingsverplichting, en de Wet op het consumentenkrediet (WCK) speelt een rol bij de nietigheid van bepaalde algemene voorwaarden.
Rabo wordt toegestaan bewijs te leveren, ook door getuigen, omtrent de overdracht en de ontvangst van stuitingsbrieven. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in Dordrecht. Het vonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 5 maart 2003.
Uitkomst: Rechtbank staat bewijslevering toe en houdt verdere beslissing aan.