ECLI:NL:RBDOR:2004:AO3278
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.C. Smid
- I.M.A. de Graaf
- M.J.A. Plaisier
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor voortgezet piramidespel en bedrieglijke bankbreuk met feitelijke leiding
De rechtbank Dordrecht heeft verdachte veroordeeld voor het voortzetten van een piramidespel in de periode van 27 januari 1997 tot en met 3 mei 2000, ondanks een eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten in 1997. Verdachte heeft opzettelijk bedrijfsmatig gelden van het publiek aangetrokken en ter beschikking gehad, waaronder bedragen van enkele particuliere benadeelden.
Daarnaast is vastgesteld dat de rechtspersoon van verdachte, die in mei 2000 failliet werd verklaard, geen deugdelijke administratie voerde, wat leidde tot bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers. Verdachte had feitelijke leiding over deze verboden gedragingen en heeft willens en wetens de kans aanvaard dat schuldeisers werden benadeeld.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte zijn administratie aan een boekhouder had overgedragen, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte het voeren van een juiste administratie actief heeft tegengewerkt. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan opzettelijke overtreding van toezichtwetgeving en bedrieglijke bankbreuk.
Gezien de ernst van de feiten, het voortzetten van het piramidespel na eerdere veroordeling en het gebrek aan inzicht bij verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar op zonder voorwaardelijke straf. De tijd die verdachte voorafgaand aan het vonnis in verzekering heeft doorgebracht, wordt hierop in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het voortzetten van een piramidespel en feitelijke leiding aan bedrieglijke bankbreuk.