Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDOR:2004:AO4058

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
18 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
F 03/284
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 73 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag curator en rechter-commissaris in faillissement afgewezen deels toegewezen

Op 29 december 2003 diende de gefailleerde een verzoek in bij de rechtbank Dordrecht tot ontslag van mr. C.F.W.A. Hamm als curator en mr. P.G.J. de Heij als rechter-commissaris in het faillissement van de gefailleerde. Tijdens de zitting op 11 februari 2004 werd het verzoek besproken waarbij de belangenverstrengeling van de curator centraal stond. De curator was tevens schuldeiser in het faillissement, wat mogelijk een tegenstrijdig belang opleverde.

De curator stelde dat hij conform de wet had gehandeld en niet persoonlijk betrokken was bij het faillissement. De rechtbank nam kennis van een eerdere strafrechtelijke veroordeling van de bestuurder wegens onbehoorlijk bestuur, wat de situatie complex maakte. De rechter-commissaris adviseerde het verzoek tot ontslag van de curator af te wijzen zolang er geen vooruitzicht was op betaling aan concurrente crediteuren.

De rechtbank oordeelde echter dat de schijn van belangenverstrengeling voldoende was om de curator te ontslaan en een nieuwe curator te benoemen. Het verzoek tot ontslag van de rechter-commissaris werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan gronden. De beschikking werd uitgesproken op 18 februari 2004 door mr. P.W. van Baal.

Uitkomst: Curator ontslagen en vervangen, verzoek tot ontslag rechter-commissaris afgewezen wegens gebrek aan gronden.

Uitspraak

Faillissementsnummer 03/284
Datum uitspraak: 18 februari 2004
RECHTBANK DORDRECHT
- beschikking ex artikel 73 Faillisessementswet Pro -
Beschikking van de rechtbank Dordrecht, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken.
Op 29 december 2003 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen van [gefailleerde], p/a [correspondentie-adres], strekkende tot ontslag van mr. C.F.W.A. Hamm, kantoorhoudende te Dordrecht en van mr. P.G.J. de Heij, lid van deze rechtbank, als curator respectievelijk rechter-commissaris in het op 16 december 2003 uitgesproken faillissement van [gefailleerde] voornoemd.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 11 februari 2004. Daarbij zijn gehoord [gefailleerde] voornoemd, de heer mr. P. Garretsen, raadsman van [gefailleerde] voornoemd en de heer mr. C.F.W.A. Hamm, curator.
Mr. Garretsen heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat door de benoeming van mr. C.F.W.A. Hamm als curator in het faillissement conflicterende belangen spelen nu hij enerzijds als curator in het faillissement van de besloten vennootschap [gefailleerde vennootschap] en in het faillissement van [gefailleerde] voornoemd de belangen van de boedel dient te behartigen en hij anderzijds als schuldeiser optreedt in het faillissement van [gefailleerde] voornoemd. Mr. Garretsen acht mr. Hamm als curator in het faillissement van cliënte ongeschikt, daar hij zijn taak van onafhankelijke en/of onpartijdige toezichthouder niet objectief kan uitvoeren. Dit laatste ziet hij ook in de positie van de rechter- commissaris, gelet op diens beoordeling over handelingen van de curator, waartegen [gefailleerde] privé kan opkomen.
De curator heeft meegedeeld dat hij heeft gehandeld conform de wet en dat hij niet persoonlijk is betrokken bij het faillissement van [gefailleerde] privé. De boedel in het faillissement van de besloten vennootschap heeft een hoge vordering op de bestuurder [gefailleerde] vanwege diens onbehoorlijk bestuur in deze vennootschap. De rechtbank heeft [gefailleerde] hiervoor onlangs strafrechtelijk veroordeeld. Theoretisch gezien zou er eventueel sprake kunnen zijn van een tegenstrijdig belang, doch in de praktijk is dit niet aan de orde. De curator heeft evenwel meegedeeld zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft meegedeeld dat de rechter-commissaris heeft geadviseerd het verzoek tot ontslag van mr. Hamm als curator af te wijzen zolang er geen vooruitzicht is dat aan concurrente crediteuren kan worden uitbetaald en daardoor verstrengeling van belangen is uitgesloten. Voor zijn vervanging acht de rechter-commissaris geen gronden aanwezig.
De rechtbank stelt vast dat nu de curator zelf heeft verklaard dat er mogelijk sprake is van een tegenstrijdig belang en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank, zij voldoende termen aanwezig acht om de curator te vervangen teneinde zelfs maar de schijn van tegenstrijdige belangen te vermijden. Het verzoek tot vervanging van de rechter-commissaris vindt geen grond in het recht en de rechtbank zal [gefailleerde] dan ook niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek.
BESLISSING.
De rechtbank:
Ontslaat mr. C.F.W.A. Hamm als curator in het faillissement van [gefailleerde] voornoemd;
Stelt aan als curator in voormeld faillissement de heer mr. P.G. Gilhuis, advocaat en procureur te Dordrecht, postbus 907 (3300 AX);
Verklaart [gefailleerde] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot ontslag van mr. P.G.J. de Heij als rechter-commissaris.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.W. van Baal, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.