ECLI:NL:RBDOR:2004:AO4936
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot indeplaatsstelling onderhuurder bij bedrijfsoverdracht en faillissement
De curator van de failliete besloten vennootschap, huurder van bedrijfsruimte, verzocht om een voorlopige voorziening waarbij de heer B in de plaats zou worden gesteld van de failliete huurder als onderhuurder. Dit verzoek werd gedaan omdat de curator stelde dat de opzegging van de huurovereenkomst door gedaagde misbruik van recht opleverde en in strijd was met de redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet plaatsvond tegen een plaatselijk gebruikelijk tijdstip en dat conversie naar een opzegging tegen 1 februari 2004 passend was. De curator werd ontvankelijk verklaard in zijn vordering, maar het standpunt dat gedaagde misbruik van recht maakte door het faillissement aan te vragen en een nieuwe huurder te zoeken, werd niet aannemelijk geacht.
Voorts werd overwogen dat de voorgestelde onderhuurder, de heer B, onvoldoende waarborgen bood voor een correcte nakoming van de huurovereenkomst en de bedrijfsvoering, mede vanwege zijn gebrek aan horeca-ervaring en beperkte borgstelling. Daarnaast was onduidelijkheid over de huurachterstand en het feit dat gedaagde een meer solvabele huurder met horeca-ervaring had gevonden, leidde tot de conclusie dat het verzoek tot indeplaatsstelling waarschijnlijk in een bodemprocedure zou worden afgewezen.
Daarom wees de kantonrechter het verzoek af en veroordeelde de curator in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot indeplaatsstelling onderhuurder wordt afgewezen wegens onvoldoende waarborgen en geen misbruik van recht.