ECLI:NL:RBDOR:2004:AP1893
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzoek tot vaststelling en tenuitvoerlegging declaratie advocaat
Mr. verzoeker heeft bij de rechtbank Dordrecht een verzoek ingediend ex artikel 33 Wet Pro tarieven in burgerlijke zaken om vaststelling en tenuitvoerlegging van een declaratie voor werkzaamheden verricht tussen 1992 en 1997. Belanghebbende weigerde betaling en voerde onder meer aan dat de werkzaamheden op toevoegingsbasis hadden moeten plaatsvinden en dat sprake was van een no cure no pay afspraak. Tevens stelde zij rechtsverwerking en verjaring aan haar zijde.
De Raad van Toezicht had de declaratie begroot op €15.000 inclusief BTW en verschotten, maar liet de beoordeling van de bezwaren aan de burgerlijke rechter over. Tijdens de zitting heeft belanghebbende haar bezwaren bevestigd en aangevuld met het ontbreken van informatie over toevoegingsaanvraag en betalingsafspraken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering tot betaling niet betrof een geschil over de hoogte van het honorarium, maar over de grondslag en voorwaarden van de declaratie. De summiere procedure ex artikelen 32-40 WTBZ is uitsluitend bedoeld voor geschillen over de hoogte van declaraties en niet voor inhoudelijke verweren zoals hier aan de orde.
Daarom is de gekozen procedure ongeschikt en is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter achtte artikel 69 Rv Pro niet van toepassing vanwege het wezenlijk andere karakter van de procedure. De beschikking werd uitgesproken op 1 juni 2004.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling en tenuitvoerlegging van de declaratie.