ECLI:NL:RBDOR:2004:AQ8465
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling van debetstand en rente in rekening-courant verhouding tussen bank en klant
In deze zaak vordert de bank (eiseres) betaling van een debetstand van €5.000,- plus contractuele rente van 19% per jaar en proceskosten van de gedaagde. De debetstand ontstond doordat gedaagde zijn rekening-courant overschreed, terwijl de limiet was gesteld op €1.000,- met de voorwaarde dat het tekort binnen drie maanden zou worden aangevuld. Gedaagde erkende de debetstand, maar voerde aan dat hij niet aansprakelijk kon worden gesteld voor het bedrag boven de limiet.
De kantonrechter oordeelt dat het enkele feit dat een limiet was gesteld niet betekent dat gedaagde niet aansprakelijk is voor het hogere debetsaldo. De bank heeft betalingen verricht namens gedaagde, waardoor een vordering op gedaagde is ontstaan. De bank heeft voldaan aan de wettelijke verplichting tot mededeling van het saldo door periodieke rekeningafschriften te sturen. Gedaagde was op de hoogte van het debetsaldo en de toename daarvan.
De kredietverlening van €1.000,- was gebonden aan de voorwaarde van aanvulling binnen drie maanden, wat niet is gebeurd. Hierdoor is het gehele debetsaldo opeisbaar geworden. De buitengerechtelijke incassokosten worden als redelijk beoordeeld. De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van het volledige bedrag, rente en kosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.000 met 19% rente en proceskosten.