ECLI:NL:RBDOR:2004:AR7824
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing lijfsdwang bij kinderontvoering en niet-naleving vonnis tot afgifte kind
In deze zaak gaat het om een zoon van zeven jaar die door zijn vader zonder toestemming van de moeder naar Tunesië is meegenomen. De moeder, die aanvankelijk alleen het gezag had, is inmiddels gezamenlijk gezag toegekend. De vader is bij verstek veroordeeld tot afgifte van het kind aan de moeder binnen 24 uur, met een dwangsom bij niet-naleving. De vader kwam echter niet aan deze verplichting tegemoet.
De moeder vordert daarom in kort geding de toepassing van lijfsdwang om naleving van het vonnis af te dwingen, omdat de opgelegde dwangsom onvoldoende effect sorteert en de vader mogelijk opnieuw naar Tunesië zou kunnen vertrekken. De vader verblijft inmiddels op het politiebureau op verdenking van kinderontvoering en verzet zich tegen de vordering.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de vader het kind zonder toestemming heeft meegenomen en dat het kind zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft. De stellingen van de vader dat terugkeer niet in het belang van het kind zou zijn, zijn onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming kan ook na terugkeer plaatsvinden. De rechter wijst de vordering toe en verleent verlof tot dadelijke tenuitvoerlegging van de lijfsdwang.
Uitkomst: Vordering tot toepassing lijfsdwang tegen vader wegens niet-naleving vonnis tot afgifte kind wordt toegewezen met verlof tot dadelijke tenuitvoerlegging.