ECLI:NL:RBDOR:2004:AR8169
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werktijdvermindering na zwangerschapsverlof geweigerd; voorlopige voorziening voor 18 uur verdeeld over drie dagen
Eiseres, sinds 1997 in dienst als administratief medewerkster bij gedaagde, verzocht na haar zwangerschapsverlof om werktijdvermindering van 37,75 naar 15,5 uur per week verdeeld over twee dagen. Gedaagde weigerde dit verzoek vanwege het belang van continuïteit en aanwezigheid op ten minste vier dagen. Na diverse onderhandelingen werd een tijdelijke gedoogsituatie overeengekomen waarbij eiseres één hele dag en twee halve dagen werkte.
Gedaagde kondigde aan deze tijdelijke regeling te beëindigen, waarop eiseres een voorlopige voorziening vorderde om haar werkzaamheden te mogen voortzetten op twee dagen per week. De kantonrechter oordeelde dat het verzoek tijdig was gedaan en dat er geen sprake was van een herhaald verzoek in strijd met de wet. Gedaagde kon geen zwaarwegend bedrijfsbelang aantonen dat het verzoek tot werktijdvermindering rechtvaardigde.
De kantonrechter achtte 18 uur per week verdeeld over drie dagen een redelijke oplossing, waarbij de spreiding van uren over zoveel mogelijk dagen wenselijk is vanwege de functie-eisen. Omdat gedaagde niet bereid was bij te dragen in de kosten van kinderopvang, werd de wens van eiseres om op drie dagen te werken voorlopig gehonoreerd. De gevorderde dwangsom werd niet toegewezen gezien de goede verstandhouding tussen partijen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld te gedogen dat eiseres haar werkzaamheden verricht gedurende 18 uur per week verdeeld over dinsdag, woensdag en donderdag.