ECLI:NL:RBDOR:2005:AT3382
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.W. Bezemer
- H. Bedee
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onttrekking minderjarige aan wettig gezag door overbrengen naar Tunesië
De rechtbank Dordrecht heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk onttrekken van zijn minderjarige zoon aan het wettig gezag door hem zonder toestemming van de moeder naar Tunesië te brengen. De feiten vonden plaats tussen 23 oktober en 20 december 2004. Verdachte oefende samen met de moeder het gezag uit, maar bracht het kind buiten haar invloedssfeer, waardoor zij haar gezag niet kon uitoefenen.
De verdediging voerde onder meer een beroep op noodtoestand aan, maar de rechtbank verwierp dit omdat geen acute noodsituatie aannemelijk was en verdachte niet alle wettelijke mogelijkheden had benut. Het bewijs bestond uit verklaringen, processtukken en telefoongesprekken, waarvan de rechtbank oordeelde dat deze rechtmatig waren verkregen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de moeder van €6.033,55, deels voor materiële en deels voor immateriële schade. Het resterende deel van de schadevergoeding dient bij de burgerlijke rechter te worden gevorderd.
De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege de impact op het gezag en de emotionele schade van de moeder. Verdachte weigerde halsstarrig mee te werken aan terugkeer van het kind, ondanks een rechterlijk bevel. Dit werd als strafverzwarend beschouwd. De straf en civiele veroordeling zijn bedoeld om de ernst van het delict te benadrukken en toekomstige strafbare feiten te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, en tot betaling van een schadevergoeding aan de moeder.