ECLI:NL:RBDOR:2005:AT9955
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- H. Bedee
- G.A.J.M. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs aanranding minderjarig meisje
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meervoudige aanranding van een tienjarig meisje in de periode van oktober tot december 2003 te Gorinchem. Het ten laste gelegde betrof het dwingen tot en plegen van ontuchtige handelingen, waaronder betasten en zoenen, met gebruik van geweld, bedreiging of psychisch overwicht.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was, de rechtbank bevoegd was en de officier van justitie ontvankelijk. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en de benadeelde partij vorderde een immateriële schadevergoeding van 700 euro.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaringen van het slachtoffer authentiek en zonder wezenlijke tegenstrijdigheden waren, deze onvoldoende werden bevestigd door andere verklaringen. De getuigenverklaringen, waaronder die van een zus en een onderwijzeres, boden onvoldoende overtuigend bewijs. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Omdat er geen bewezen strafbaar feit was, werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van aanranding.